vrijdag 22 juni 2018

Feestdag?

Op 20 juni waren we 21 jaar getrouwd.

Een feestdag.

Image may contain: Ton van Vliet and Ingeborg van Vliet, people smiling, people sitting, table and indoor

Of toch niet?

Oudste is moe van een periode hard werken voor school.
Oudste is prikkelbaar van de druk die hij de afgelopen tijd ervoer.

En dan komen er gesprekken en vragen op gang, die je niet wilt voeren.
Waarvan ik óf in mijn eigen wereld kruip, óf ik ga onzeker lachen, omdat ik niet gepast kán reageren...

Jongste vertoont momenteel veel ongewenst gedrag.

Zoals dit (evmb staat voor ernstig verstandelijk, meervoudig beperkt):





Hij doet het overal - als het aan hem ligt. 
Op de opvang fixeren ze hem in een stoel en houden ze hem ‘thuis’ van uitjes. 
Aan ons stellen ze de vraag: ‘hoe gaan jullie er mee om?’ 

Zo leven we van uitdaging naar uitdaging... 

Vraagt oudste aan onderweg naar het pannenkoekenhuis aan mij: 'voegt Jongste iets toe aan je leven?'. 

Razendsnel gaan de radertjes lopen in mij hoofd. Eerst de wedervraag: ‘voeg jíj iets toe aan mijn leven?’ 

Dan in mijn hoofd: ‘moeten kinderen iets toevoegen aan je leven?’ ‘Wat voeg ik als moeder toe aan hun leven?’ ‘Laat je kinderen geboren worden om iets aan je leven toe te voegen... persoonlijke geluksobjecten?’ 

Als ik heel eerlijk naar binnen kijk: ‘jongste voegt heel veel last en overprikkeling toe. Zorgen en verdriet. Geen geluksobject.’ Is het goed dat hij er toch is? Op zijn manier is hij wel van waarde. Kun je dingen van hem leren. Zijn leven heeft waarde, heeft zin. Maar soms is het ver zoeken naar die waarde... En zijn er veel zorgelijke en vooral verdrietige elementen die op de voorgrond staan in zijn leven. Voegt dat iets toe? Zolang je kind een soort van geluksproject moet zijn niet. 
Ik voel vooral verdriet als ik denk aan hoe gebroken zijn leventje is.  
Houd ik dan niet van hem? Zeker wel! 
Maar niemand zegt tevoren: ‘geef me a.u.b. een gehandicapt kind, want daar kan ik zóveel van leren!’. 
Op zoek gaan naar die positieve kanten van deze diepe gebrokenheid, is niet een vervulling van een wens, maar een poging het vol te houden IN deze woestijn. ‘Laten we alsjeblieft de oases benoemen, misschien lest dat de dorst wat in deze woestijn’. 
En natuurlijk. Uiteindelijk brengt zijn leven die oases voort: leren leven in het moment; geen schaamte/blokkades, maar ongemaskerd zichzelf (inclusief het bijbehorende negatieve gedrag (ook zoals hierboven vermeld)); mooi als je hem ziet genieten van kleine dingen, van muziek, van een wandeling met zijn papa. 
Maar je moet ze als een mantra BLIJVEN benoemen. 
Oh ja. Dát is wat zijn leven rijk maakt en wat ons leven ook rijk mag maken. 

Liever draai ik het dus om. Wat voeg ik aan het leven van mijn kinderen toe? 

Ik denk bij jongste een soort van basisveiligheid. Een gevoel geplant in zijn diepe binnenste. Het gevoel dat hij geliefd en gewenst is. 

En dat geldt ook voor oudste. 
Maar in zijn fase van prikkelbaarheid waarin hij momenteel verkeert, voegen wij niet alleen iets positiefs toe. 

Eigenlijk wilde ik in deze blog een foto plaatsen van ons met zijn zessen in het pannenkoekenrestaurant. Wij met zijn vieren, mijn moeder, vriend van oudste. Maar uit privacy voor hun doe ik dat niet. 

Wie bevriend is met mij op FB kan daar de foto vinden. Mijn man heeft hem geplaatst. 

Het ziet er uit als een gezellig, feestelijk samenzijn. 
Oudste heeft jarenlang alleen in een bubbel geleefd met beste vriend. Voor een groot deel bewust. Hij wilde zijn leven dat zo anders is met een gehandicapte broer (en auti-moeder) verborgen houden voor klasgenoten, vrienden uit zijn klas. Schaamte. Niet zichtbaar durven zijn met zijn werkelijke leven. Graag willen zijn zoals de anderen, maar hetgeen anders is verborgen houden. Allemaal dingen die logisch zijn in de pubertijd. 

Iemand schreef van de week naar mij: ‘bij jou is het moeilijk dat het voor anderen heel ingewikkeld kan zijn om je autisme te accepteren, Dat wat zo bij jou hoort maar de gevolgen ervan, dat je anders reageert dan anderen, die moet jij erbij nemen, Dat ben jij.
En nu de rest nog en dat is voor jou veel moeilijker dan in mijn situatie. Al is er een stuk wat men niet kan zien, er is duidelijk dat er iets niet oké is en dat is meer geaccepteerd, dan ander gedrag, zoals bij jou je gewoon anders reageert dan anderen omdat je hoofd anders werkt.
Daarom is het heel goed dat je het zo goed kan uitleggen in je blogs, steeds maar weer opnieuw,’ 

Dit zijn eigenlijk mijn woorden zo vaak gesproken. 
Ik weet dat mijn gedragingen kennelijk anders zijn dóór de reactie van de omgeving erop. Door reacties die ik op grond van hoe ik dénk te zijn heel anders zijn dan ik verwacht. 
Door die reacties weet ik dat ik met mijn anders werkende hoofd en zijn anders reageer en handel. Terwijl het voor mij mijn normale zijn is. 
Ik weet het dus. Ik schrijf er over. Ik vertel er over. 
Voor mezelf ben ik paars. Maar anderen vertellen constant dat het blauw is. Daardoor weet ik dat ik blauw ben, terwijl het gros van de mensheid wit is. Ik probeer me - in situaties waarin paars/blauw - niet gepast is, zo wit mogelijk te gedragen. En voor mijn gevoel lukt dat ook. Op het schoolplein was ik dan zwaar verbaasd en verdrietig als ik dan niet de response van klasgenoten kreeg die bij dat wit horen, maar er werd gehoond en uitgelachen om blijkbaar toch weer dat blauw. Ik kon er - ondanks mijn verwoede pogingen me aan te passen - maar niet in slagen om wit te zijn. Dat was een hard gelach. 
Inmiddels probeer ik via mijn blogs anderen te overtuigen dat paars ook een mooie kleur is. Het is wel anders, maar net zo mooi. En dat kan ik alleen maar vertellen vanuit meer zelf-acceptatie. Niet op de laatste plaats doordat ik weet wie ik ben in Hem. Hoe Hij naar me kijkt, zo leer ik ook steeds meer naar mezelf te kijken. Zo dus:



En het voelt voor mij zo vertrouwd en gewoon, dat paars. 
Groot is de schok als ik hoor dat anderen niet dat paars zien, maar blauw. Ik kom dus nog steeds anders over dan hoe ik denk te zijn.

Dat hoor ik ook terug van oudste.
Nog steeds prikkelbaar.
Maar wel zichtbaar.
Juist daardoor.
Hij vertelde dat hij vol positieve energie start aan uitstapjes met het gezin.
Maar dat aan het einde van het uitstapje de positiviteit weg is én de energie.
Hij heeft het gevoel dat we als gezin voortdurend bekeken worden (wat gebaseerd op feiten ook echt zo is... andere 'tafels' staren ons aan) en hij is voortdurend op zijn hoede en alert op onaangepast gedrag van zowel mij als jongste. Daar waar ik me niet eens bewust ben van onaangepast gedrag (denken dat ik paars ben), noemt hij dingen die mensen opvallen (mijn te harde stem, de dingen dié ik zeg (voortdurende herhaling van autistische feiten), mijn zichtbaar anders bewegen/anders overkomende motoriek (wat ik zelf totáál niet door heb... voor mijn gevoel beweeg ik normaal).
Hij is alert op jongste's onaangepaste gedrag en ons onaangepaste reageren erop.
Gaat hij niet spelen met zijn apparaat? Gaat hij niet krijsen in het openbaar?
En voor oudstes gevoel doen we te weinig om al dat gedrag te corrigeren.
In zijn beleving zou jongste harder aangepakt moeten worden.
Want nu denkt jongste dat alles normaal is.
Terwijl wij - vanuit ons eigen accepteren dat jongste zo is (en niet meer handelend uit schaamte voor anderen en wat anderen wel niet zullen denken) - hem niet zo corrigerend aanpakken. Omdat we weten uit ervaring dat ander gedrag niet geautomatiseerd wordt en hij niet de link legt tussen gestraft/begrensd worden en zijn onaangepaste gedrag. Hij zou dan voortdurend een negatieve ervaring krijgen, die hij nergens aan kan koppelen en zijn gedrag verbeterd er niet door.
Vanuit die sfeer willen wij niet met ons kind omgaan.
Dat is één.
Tweede is dat mij (en mijn man) vaak ook de energie ontbreekt om het zeeeeer lange traject in te gaan van stapje voor stapje ander gedrag stimuleren. Want dat vergt echt jaren tijd...
Dus vanuit een 'het is nu eenmaal zo', laten we vaak toe dat hij krijst... of 'speelt' met zijn apparaat...
Niet omdat het ons niets doet... Heel veel zelfs... Maar de fase dat we ons druk maken om onze omgeving ligt achter ons en gezien zijn combi autisme/zeer ernstig verstandelijke beperking, is dit gedrag ook vrijwel niet te keren. Dus we sparen ons die energie...
Uit zelfzorg... Omdat we het niet meer aankunnen...
En dat kunnen de profs ook niet....
Die vragen ons om advies, i.p.v. andersom...
Hoe machteloos kun je je voelen?

Maar om op het gesprek met oudste terug te komen.
Hij geeft momenteel ook bijles aan jongeren. En komt dan bij die mensen thuis.
Daar ziet hij de rust die heerst. De ouders die SAMEN OP DE BANK tv kijken.
De netheid in huis.
Oudste snakt naar die rust!
Wij zitten nooit samen op de bank.
Jongste is tot 21.30 nog op.
Tot die tijd zorgt hij beneden voor zoveel prikkels dat ik me terugtrek in mijn eigen wereld boven.
Mijn man gaat met jongste wandelen in de avond. Soms ga ik mee.
En pas na 21.30u ligt jongste op bed.
Dan ruimt mijn man op zijn manier wat op.
Maar ik kan dan niet meer groen genoeg worden om alles prikkelvrij te maken.
En mijn man doet wel veel, maar laat ook altijd een spoor van bende achter.
Hij ziét dat gewoon niet.
Dus voor zijn gevoel helpt hij erg, maar niet genoeg om het voor mij rustig te laten zijn. Want dan doet hij net het verkeerde. Ruimt de vaatwasser in, maar laat een smerig aanrecht en vloer achter. Ruimt alle dvd's van jongste op, maar laat een tv vol met handafdrukken achter.
Dus ook dan is er én de energie niet meer én de rust niet meer om alsnog met zijn tweeën op de bank te kruipen. Ik blijf in mijn eigen wereld. En daar kom ik pas de volgende ochtend uit als iedereen naar school/werk is (of oudste nog slaapt). Ik maak dan alles zo schoon en prikkelvrij mogelijk. Meestal ben ik daar van 8.30-9.30 mee bezig. Dan pas heb ik ook de rust te gaan ontbijten (terwijl ik al om 7.00u op ben).
Dus nee. Het ziet er bij ons niet zo uit als bij al die burgerlijke gezinnetjes.
Het komt ook wel eens voor dat mijn man met jongste gaat wandelen en dat ik alleen ga wandelen.
En dan zie ik in die huiskamers ook keurig 2 ouders en 2 kinderen op de bank zitten. Vaak nog alle 4 met een mobiel apparaat in hun hand. Of een laptop erbij. Tv aan.
En dan besef ik ook hoe anders het bij ons is...
Over dat gevoel met onze dominee ook al vele gesprekken gevoerd...
En het zelf geaccepteerd dat dit voor ons de meest groenen manier van leven is, en dus is het goed zo.
Maar ja... oudste zit in andere verwerkingsfases... Zit - doordat hij meer buiten zijn bubbel van alleen zijn beste vriend verblijft - nu in de bewustwordingsfase...
En hij mist de rust, die hij bij die gezinnen ziet.
Want wat voor mij groen is, zie er voor hem uit als oranje.
En hij is constant op zijn hoede wat er kan gebeuren, zowel bij jongste als bij mij.
En onze reactie op jongste.
Het ziet er voor hem uit of het ons niets doet en wij niet die alertheid hebben...
Hij vertelt van zijn moeite met (het voorkomen van) ons gezin.
En ik lach wat.
Hij voelt zich onbegrepen en zegt dat ook.
Maar ik lach, omdat ik mezelf geen houding weet te geven én ik in mijn hoofd gelijk 20 stappen verder ben dan hij.
Voor hem is de eerstvolgende logische stap dat ik zou zeggen: 'ik begrijp je jongen. ik hoor je'.
Maar zelf zit ik al bij de stappen daarna. Ik erken dat het zo is. Wist dat allang. Maar erken ook dat ik er niets aan kan veranderen... Ik kan jongste niet veranderen. Ik (we) willen onze reactie op ongewenst gedrag van jongste niet veranderen. Oudste: 'je kunt het toch proberen'. Maar ik ben 20 stappen verder en weet op grond van het verleden dat proberen hierin nóg meer energie kost en een negatieve sfeer t.o.v. jongste. Die dan constant gecorrigeerd wordt en er juist dan één groot spel van maakt. Dus dat plaatje heb ik al in mijn hoofd. En denk dat als ik zeg 'ik begrijp je', dat ik daarmee ook zeg dat al ons gedrag dus niet goed is. Dat 'ik begrijp je' hetzelfde is als 'je hebt gelijk, ik/we doe alles fout'. Terwijl wij vanuit ervaring van 15 jaar vaak ook bewuste keuzes gemaakt hebben.
Dat maakt het lastig. 

Hij wil gehoord worden, erkend worden in zijn moeilijke leven (want dat is het voor hem ook zeker).
Ik weet onmiddellijk dat dat moeilijke leven niemands schuld is en feitelijk ook nauwelijks te veranderen is. Dat maakt het zo machteloos. Want als je beseft dat je kind een moeilijk leven heeft, zou je er als ouder juist álles voor over hebben om daar verandering in aan te brengen... Je wilt als ouder in dat opzicht iets toevoegen aan het leven van je kind (om op het eerste gespreksonderwerp terug te komen). Maar je beseft dat je machteloos staat... Van ellende ga ik zitten lachen... (terwijl ik er vanbinnen om huil) en oudste voelt zich niet gehoord...
Wat kun je doen? 'je kunt het toch proberen?'... Maar dat impliceert weer dat alles fout is wat ik/we doe... Terwijl ik nou juist dingen had geaccepteerd dat het op deze manier zo groen mogelijk is...
Hij zou wensen dat ik (en man... en jongste...) me meer zou aanpassen (wit gedrag vertonen), en we dat jongste ook zouden leren... Terwijl ik juist geaccepteerd heb dat ik ben zoáls ik ben...
De onmacht daarin... De tranen die achter mijn lach prikten... Het niet kúnnen zeggen dat ik hem begrijp.... (omdat in mijn hoofd allang afspeelde wat ik hier tracht op te schrijven)... Het maakte dat 'het uit eten zijn' helemaal niet feestelijk voelde, maar een verdrietige confrontatie met diepe gebrokenheid...

Pffff.... Zó lastig....

Er is wel iets anders.
Iets mooi's in het vooruitzicht.
Iets mooi's en tegelijkertijd hartstikke spannend...
Ik had - toen ik nog bij Organon/MSD werkte - van 2002 tot 2010 een leidinggevende. Een leidinggevende waar ik niet mee op kon schieten - zakelijk. Hij wilde alles weten. Waarom je vrij wilde. En of dat wel nodig was. Pietje precies. En vanuit die pietje preciesheid een enorme controledwang. Ik kreeg bij hem hetzelfde gevoel als ik bij mijn moeder had. Die controleerde me ook in alles. Totáál geen vrijheid. Ze kon (me) niet loslaten. En dat kon die baas ook niet. Als autist kun je niets met zulk gezag. Accepteer je sowieso maar moeilijk gezag. Omdat dat je stoort in de dingen doen zoals je ze zélf wilt doen. In je eigen tempo, manier en structuur. Dat opgelegd krijgen door een ander roept weerstand op. Het klopt niet meer met hoe je het zelf in je hoofd had.
Hoewel ik wel veel sturing nodig had/heb in de uitvoering van taken. Wat nu? En wanneer dat? Behoefte aan hapklare brokken die ik kan overzien en dán was ik prima in staat dat zelfstandig op MIJN manier te doen. 
Deze baas heeft de geboorte van jongste meegemaakt (2003). Toen alles nog 'gewoon' leek.
Hij was erbij toen ik steeds meer vrij moest zijn, omdat het steeds minder gewoon bleek.
Hij was erbij toen bleek dat mijn leven ook niet zo gewoon was als het leek.
Voor hem vielen dingen ook op zijn plek toen in 2006 bleek dat ik - evenals onze jongste - dus autistisch was/ben.
In plaats van rood, noemde ik het toen nog 'paniek-aanvallen'.
Nog vóór de diagnose had ik die aanvallen ook al.
Het was eind 2004. Mijn schoonmoeder inmiddels in dat jaar overleden.
Er gebeurde te veel in korte tijd.
En op mijn werk was ik het overzicht kwijt (het was een berg, in plaats van hapklare brokken).
Ik vluchtte weg.
De trein in (het station lag tegenover het werk).
Vanuit de trein belde ik in paniek een collega (die niet meer leeft nu).
Die verbond me door met mijn baas.
Hij gebood me in Den Bosch te blijven en sprong zelf in de eerstvolgende trein om me te komen halen. Hij ging me me mee naar de bedrijfsarts nadien en bracht me thuis, omdat hij niet wilde dat ik alleen naar huis ging.
Dat was ook mijn baas...
En zo'n incident is nog één keer voorgevallen...
Mijn baas toen...
Lastig om met zijn manier van gezag om te gaan...
Privé één en al zorg...
Daarna heb ik van 2010-2013 nog een andere leidinggevende gehad (door reorganisaties).
Vanaf 2013 ben ik door doorgemaakte burnouts en mijn autisme definitief uit het werkproces verdwenen.
De afdeling waar ik werkte bestaat ook niet meer.
Mensen werken allemaal bij andere bedrijven nu.
Vanaf 2013 die baas niet meer gezien.
Gisteren zocht hij contact via LinkedIn met me.
En... We gaan volgende week vrijdag samen lunchen!!!
In onze woonplaats.
'Lijkt me leuk', schrijft hij, mét twee uitroeptekens.
En ik vind het ook oprecht leuk om met mensen uit het (mijn) verleden te lunchen.
Hoe gebroken het ook was.
Ik vind het leuk én eng... Maar dat spannend vinden hoort bij mij. Dat is eigen aan wie ik ben. Ligt nimmer aan de personen. Die kunnen nog zo aardig zijn. Het ligt er eerder aan dat ik in mijn hoofd zo'n ontmoeting al aan het afspelen ben, nog vóór dat hij heeft plaatsgevonden.
Er is geen werkrelatie meer. Dat maakt de ontmoeting gemakkelijker. En wat het ook gemakkelijker maakt is dat hij al zoveel met me meegemaakt heeft. Hij heeft aan den lijve ondervonden hoe anders mijn zijn is. Hoe paars ik ben als alle maskers wegvallen en aanpassen aan alle witte mensen om me heen me niet meer lukt. Hij heeft me in dat opzicht gezien hoe ik ben. Dat maakt dat ik nu ook minder het gevoel heb dat ik me moet aanpassen. En dat ik dat ook niet hoef te proberen...
Zoals oudste zo graag zou zien... (omdat hij in hele andere fases zit). 




dinsdag 19 juni 2018

De rauwheid van verlate rouw



(het licht-effect van de foto van de foto is een beetje raar geworden... sorry...)

Ik  heb het er in mijn eerste blogs (begin 2012) uitgebreid  gehad.
Over het overlijden van mijn vader (42 jaar), toen ik nog maar twee was.
Zoek ze gerust terug die blogs.
Maar toch wordt zelden beseft wat en hoe die impact is.
Er wordt beredeneerd vanuit de huidige volwassen leeftijd.
En men vergelijkt het zo gemakkelijk met de verlies-ervaringen die men bewust (meestal als volwassene) heeft meegemaakt.
Als ik dan iets deel op facebook, bijvoorbeeld met vaderdag. Of op de dag dat mijn vader jarig zou zijn. De trouwdag van mijn ouders. De overlijdensdag van mijn vader.
Als ik iets deel op één van deze gedenkdagen (wat ik steeds minder doe... heb dat niet meer zo nodig), dan zijn de reacties vaak: 'koester de goede herinneringen'.

Huh?
Herinneringen?
Herinneringen heb ik pas vanaf mijn vierde.
En dat zijn dan herinneringen van gemis.
En wat ik toen brokkelsgewijs mee kreeg over mijn vader of wat tot me door drong (omdat ik er qua leeftijd rijp voor was). Afhankelijk van wat mij doorverteld wordt. Of juist niet.
Want mijn vader overleed in 1970.
En het algemene beeld was toen nog dat kinderen dood niet aan konden.
Je werd er ver van weg gehouden.
Begraafplaatsen werden gemeden, want die waren eng (een angst die mijn moeder had (door eigen verdrietige ervaringen!!!) en als waarheid in mijn hoofd geplant werd).
Er werd zo weinig mogelijk over gesproken, want kinderen zouden dat verdriet niet aankunnen...
(of was het eigenlijk de overgebleven ouder die dat verdriet niet aankon?)

Begin dit jaar is er een boek verschenen van een vrouw die haar moeder op haar tweede verjaardag verloor. Het is een roman. Niet geheel biografisch. Maar wel geschreven vanuit de eigen verlies-ervaring. Er is echter een romanverhaal van gemaakt. Afgewisseld met echte dagboekfragmenten van haar moeder.

 En wat zij verwoord, en hoe ze het verwoord, dat kun je alleen maar doen als je zoiets hebt meegemaakt. Ik vind roman-verhalen lastig. Door mijn trage leestempo en moeilijk te volgen verhaallijnen (het is abstracter dan een feiten-boek), moet ik geregeld teruggrijpen: 'hoe zat dat ook al weer, waar kwam dat personage nu vandaan'?
Maar met veel heen en weer geblader, heb ik het boek van begin tot einde geboeid gelezen.
Mede omdat ik zóveel gevoelens en gedachtegangen en daaruit voortvloeiende gedragingen van de hoofdpersonage herken!!!

Ik ga in deze blog stukken uit dat boek behandelen.
Stukken die hopelijk ook meer inzicht geven in mijn verlies-ervaring.
Want naast het feit dat ik autistisch ben, heb ik ook al vanaf heel jong dit verlies in mijn rugzak zitten. Ook daar is mijn leven en gedrag door gevormd, vaak zelfs extra versterkt door mijn autistisch zijn. Het vertraagde of bemoeilijkte mijn processen extra.
Het autisme maakte de verlies-ervaring die mijn leven bepaalde nog ingewikkelder. 

Ik loop stukken uit het boek langs, om e.e.a. toe te lichten.



Ze was bang om wéér verlaten te worden en eenzaam achter te blijven. Al wilde en durfde ze er geen woorden aan te geven. Bijna zou ze dat gevoel van verlatenheid en eenzaamheid ervaren, als ze zouden verhuizen. Gelukkig ging dat niet door. Niet nog verder ontheemd.
Maar als de angst te groot werd, ging ze weg. Letterlijk weg, of in haar eigen wereld.
En ook dat deed ik als kind - en volwassene (omdat het lastig is dat gedrag volledig kwijt te raken) - maar inderdaad gingen ouders van klasgenoten gelijk bellen naar je moeder (in mijn geval). Dus je moest letterlijk op de vlucht. En in die vlucht verdween je in een fantasie-wereld. Hoe het had kunnen zijn als ik wel een vader had. Omdat ik het echte beeld niet zo kende, werden het fantasiebeelden.
Ook dat mijn moeder dan een uitlaatklep had. Daardoor minder bezorgd zou zijn, omdat ze beter kon relativeren. Ik zou meer vrijgelaten worden. En papa kwam eindelijk 'tejug' (wat heb ik dat als 3 jarige veel tegen mama gezegd, als zij me vertelde dat papa naar de hemel was: 'hij komt heus wel tejug'), want dat kwam hij daarvoor toch ook elke avond?
Ik fantaseerde hoe het zo zijn als ons gezin compleet was...
En al heel jong was ik ook alleen met mijn moeder.
Ik was 10 toen mijn oudste zus het huis uit ging en 13, toen ook de middelste het huis uit ging.
In plaats van een compleet gezin werd het nog kleiner en kwetsbaarder. En de kans om verlaten te worden en eenzaam te zijn daarmee groter.





Ik was op school ook de enige met een dode vader. Scheidingen kwamen ook nog nauwelijks voor. Dus je was echt een uitzondering.
Zelfs zonder daar de aandacht op te vestigen (zoals de hoofdrolspeelster uit dit boek dat doet), viel het automatisch op. Je vóelde je daardoor ook echt anders...





De hoofdpersoon in de roman is actrice. Maar ze stapt letterlijk van het podium af om een nieuwe rol aan te nemen: cassière bij de AH. Want daar heeft ze de kans de vrouw te ontmoeten die ze eerder zag en een beetje voldoet aan het beeld dat ze van een moeder gecreëerd had. Gelukkig lukt dat en met wat smoesjes is er echt contact (ze koopt bijvoorbeeld een racefiets van haar). 
Maar uiteindelijk loopt het contact stuk. En haar baan. Alles kwijt. 

Niet lang daarna wil ze excuses aanbieden voor wat fout ging en staat ze met tulpen aan de deur van de vrouw die haar moeder had kunnen zijn (althans... iemand die voldeed aan het gecreëerde beeld in haar hoofd): 







Ze wordt niet ens binnen gevraagd! Er is een kleinkind van de vrouw op bezoek. En nog meer mensen. De stemmen hoorbaar. En zij is voor dat samenzijn niet uitgenodigd! Eigen gezinsdingen. ‘De mensen daarbinnen zijn haar mensen’. Zij en de vrouw die haar moeder had kunnen zijn, zijn kennissen uit een ver verleden die je negeert op straat. Het contact is klaar. Je hebt niets meer met elkaar.



Maar het had toch gezellig kunnen zijn? Af en toe koffieên of lunchen, verhalen en het leven delen? Het had toch gekund? Alles kan, zolang je maar echt wilt. Maar als alles kan, loop ik nu niet alleen over straat...



Iedereen heeft zijn/haar eigen gezinsdingen.. 
Hoe vaak blijk ik met (figuurlijke) tulpen aan deuren van ‘vaders’ te komen, smekend om contact? Maar blijf ik letterlijk buiten staan... toekijkend naar hun wereld die niet de mijne is... Uitzoeken hoe die te begeren wereld dan in elkaar zit. Wie al die mensen toch zijn die wel toegang voorbij de voordeur blijken te hebben... Die wel op het feestje genodigd zijn en bij de gezinsdingen horen. 
Hoe toevallig is het dat ik op de cover van mijn gedichtenbundel gekozen heb voor tulpen? In oranje/rood. Want ik raak natuurlijk behoorlijk overprikkeld van alle te verwerken teleurstellingen daarin.


Hier onder behandel ik nog 3 pagina's.
Het gaat erover dat ze naar een psycholoog gaat. Mw. Helleman.
Meerdere keren in haar leven.
Ze beschrijft hoe ze er de eerste keer kwam.
Na het wegdwalen in haar gedachten en weer bij 'een moeder' aan de deur staan.
Maar ook hoe de psycholoog als oplossing biedt om met vader te gaan praten (over moeder).
Maar dat is onmogelijk. Want in een gezin waar een ouder weggevallen is, zitten de patronen van er niet over kúnnen praten (door de andere ouder) zó diep, dat je als kind (ook als je ouder bent) feilloos aanvoelt dat er niet over te praten vált... En de goedbedoelde hulpverlening lijkt dat maar nooit te kunnen snappen... Het IS ook niet uit te leggen...
Hoe vaak hulpverlening mij naar mijn moeder verwezen heeft om te gaan praten over genoemde problematiek... over mijn gevoelens m.b.t. papa, etc... Maar ook bij ons was een code... Mama en ik begrepen elkaar stilzwijgend, maar samen over dingen praten konden we niet. Geen onwil (want dat werd dan ook maar aangenomen), maar onvermogen. Van beiden... En dan komen de vragen: 'waar ben je bang voor?', 'wat is het ergste wat kan gebeuren?' En dan is liegen makkelijker... In nood ontstaat dat liegen. Want dit IS nood.
Zij loog dat ze met haar vader gepraat had en verzon dingen die ze gezien had bij een andere moeder. Dan was ze hier vanaf... Want begrepen werd dit toch niet...







Het verliezen van een ouder op zo'n jonge leeftijd gaat diep. Veel dieper dan menigeen beseft.
Er ontstaan patronen, zowel bij kind als overgebleven ouder, die bijna niet te doorbreken zijn. Levenslange impact. Alleen al door de ontstane patronen in het ontwrichte gezin (bij ons was het gezin zó ontwricht dat mijn oudste zus op haar 16e van huis wegliep... wat het gezin nóg meer ontwrichtte...).

Het verlies zelf heb ik voor een groot deel verwerkt.
Af en toe nog laagjes.
Maar geen verdriet meer.
Dat is er een jaar of zes geleden in alle hevigheid uitgekomen.
Dat geeft wel rust.
Ik kan dan ook met een gevoel van vrede aan mijn vader denken en dat sterke missen is er af.
Daarom zijn die posts op FB op speciale gedenkdagen ook niet meer zo nodig.
Ik heb dat niet meer nodig.

Maar de ontstane patronen blijven. Gedragspatronen waarvan ik weet dat ze bestaan en met en door mijn autistische zijn versterkt worden en nóg lastiger te doorbreken... Omdat ik bijvoorbeeld er zo overprikkeld door raak blijf ik nog meer hangen aan mensen die eigen gezinsdingen blijken te hebben... Daar moet ik toch ook bij kunnen horen? Als je het maar gelooft, is alles mogelijk.
Maar als alles mogelijk is, loop ik niet zo vaak met mijn neus in het prikkeldraad.
Prikkeldraad: symbool van de grens die de ander trekt rondom zijn of haar eigen gezinsdingen.

Met verbazing deze roman gelezen.
Een verhaal dat je alleen maar zo kunt maken als je zelf deze ervaring hebt meegemaakt. De fantasieën in je hoofd hebt gehad en het anders zijn gevoeld hebt. De andere wereld, waar jij nooit deel van uitmaakt. Deel van mag uitmaken. Omdat zij eigen mensen hebben.
En dat heeft deze schrijfster.

Ben je nieuwsgierig naar het gehele boek?
Dit is het boek:

Afbeeldingsresultaat voor het intieme vreemde


zaterdag 16 juni 2018

Kon de Psalmist in mijn hoofd kijken?

Image may contain: sky, cloud, twilight, ocean, grass, outdoor and nature

Ik las en kleurde deze Psalm.

No automatic alt text available.

Het lijkt wel of de Psalmist in mijn hoofd kon kijken.

Ik leer steeds meer mijn mond te houden bij vermeend onrecht.
Ongeacht of dat onrecht er ook echt is, of iets is dat in mijn hoofd ontstaan is.
Ik wil geen verkeerde dingen meer zeggen, andere mensen onnodig pijn doen met mijn aantijgingen (of ze nu wel of niet terecht zijn).
Ik leer steeds meer om niet mijn natuur daarin te volgen en deze pijn op anderen te projecteren, maar om het bij mezelf te houden, waar het hoort.
Maar toch is het lastig, dat zwijgen dat ik mezelf opgelegd heb (en me in allerlei situaties steeds beter lukt).
Want in mijn hoofd blijft wel dat onrecht zitten en voortduren.
Mijn gedachten lijken wel vlammen.
En als het door één of andere trigger dan opvlamt, dan schreeuw ik ook naar Hem: 'is er nog hoop voor mij?'.
Ik heb het gevoel dat iedereen me uitlacht. Degenen die me onrecht doen (al dan niet in mijn hoofd).
En dat gevoel is niet moeilijk op te roepen, omdat ik dat vroeger zoveel meegemaakt heb.

Ik heb de keus gemaakt het steeds meer mijn pijn te laten zijn.
Mijn natuur om met al dan niet valste aantijgingen naar vermeende onrechtplegers te gaan, leer ik het zwijgen op te leggen.
Ik houd het bij mezelf, waar het hoort.
Ik verdraag het. Het hoort bij mij(n levenstuin).
Hij geeft mij de verantwoordelijkheid over mijn eigen lijden.
Maar ik hoef niet te zwijgen. Want dan ga ik vanbinnen kapot.
Ik mag er met Hem over praten! Het aan Hem vertellen.
Dit intense lijden.
En ik mag Hem smeken of ik niet langer hoef te lijden.

Lijden onder echt onrecht of onder vermeend onrecht (omdat ik in relationeel/sociaal opzicht die anderen echt niet snáp en zij mij niet... dat IS ook onrecht... mijn autistische ziel wordt voortdurend onrecht gedaan).
Je wilt dat het lijden stopt.
Je ziel snakt er naar recht gedaan te worden.
Daarom volgde ik mijn natuur om al dat onrecht aan de kaak te stellen.
Reëel onrecht, of zo gegroeid in mijn gedachtegangen.

Het liefste word ik bevrijd van een hoofd dat zichzelf dagelijks (zelfs tijdens allerlei bezigheden, zoals bijvoorbeeld samen fietsen) herinnert aan allerlei onrechtsituaties. Als een film die zich maar blijft herhalen. En soms (vaak) bijt ik me er dan nog in vast ook.

Ik zwijg er steeds meer over naar mijn omgeving.
Ook ter bescherming van mezelf.
Maar dat maakt me verre van gelukkig.
Maar ik zwijg, omdat ik mensen geen pijn wil doen. En mezelf niet.
De pijn bij mezelf én bij Hem wil houden.

Graag zou ik de rest van mijn levenstijd iets gelukkiger zijn, vóórdat ik definitief naar mijn Vader mag verhuizen.
Dat is zó vaak mijn bede als de hele boel door één of andere onnozele trigger in mijn hersenpan weer oplaait.

En deze blog was een inkijkje in die ingewikkelde, doch mooie hersenpan van mij. :).

Image may contain: sky, outdoor and nature

Deze foto is genomen tijdens een fietstocht, gisterenavond.
En ook dan gaat mijn hoofd gewoon door met zichzelf herinneren aan wat er allemaal aan onrecht heeft plaatsgevonden gedurende mijn leven (En dat is veel onrecht. Veel wat reëel is en veel wat in mijn koppie is ontstaan, omdat ik dingen niet snap en verkeerde conclusies ga trekken en het dus voor mij ook écht zo is...). Ik ben fysiek langs de Maas aan het fietsen en met mijn hoofd ben ik in allerlei onrecht-situaties beland. Zo werkt mijn hoofd. Zo is mijn leven. Ik weet niet beter.
En ik zwijg.
En ik huil.
En ik bid.
En ik hoop.
Ik hoop dat er een keer komt in dit lijden.
Lijden wat me zó vertrouwd is, dat ik het bijna niet meer herken als lijden.

Heer, hoor mijn gebed.
Hoor hoe ik om hulp roep,
hoor hoe ik huil.

donderdag 14 juni 2018

Roep om aandacht?


Gisteren poste ik dit aan het einde van de dag: 

“ Rust en roodheid wisselden elkaar af op deze dag. 

#ThatsMyLife “ 


De WoW- en verdrietige gezichtjes kwamen binnen. 

Bijzonder lief. 

Maar... 

Het was geen roep op aandacht. Van ‘zie mij nu eens verdrietig zijn’... 


Eigenlijk was het meer een zichtbaar maken dat mijn dagen vele momenten van heen en weer flippen kent (en de ene keer erger dan de andere keer), maar dat ik dat omarm. Het mag er zijn. 

Dit is mijn leven. Dit is hoe, wat en wie ik ben. 


Zo is dagelijks mijn leven. Zolang ik accepteer dat dát bij mijn leven hoort, kan ik er mee leven. 

Daarom ook: #thatsmylife


Mijn leven is dagelijks rood worden van kleine en grote momenten die ik niet overzie. 

En dan zorg ik weer dat ik groen word, en dan overzie ik iets weer niet, komen er weer teveel dingen samen. En bam. Dan is het weer rood. 


Vóór dat ik die kleuraanduidingen hanteerde, noemde ik het buien en wist ik ook nog niet hoe er mee om te gaan. 

En weg gaat het nooit, want het is eigen aan hoe ik ben.

Daarom als einde van mijn post: #thatsmylife

Met andere woorden: het is wat het is.

Dat ik dat heb leren zeggen is enorme groei en een proces van jaren. 


En als je die nood kunt omarmen, hoeft er van mij geen huil-gezichtje bij.

Nu schreef ik het op. Maar feitelijk zijn alle dagen van mijn leven zo.

Typerend voor hoe ik ben.

Leuk?

Niet altijd.

Makkelijk? 

Zeker niet. 

Maar het is wel mijn leven en dat is prima.

Toen ik mezelf nog niet zo snapte, kon ik dat niet zo zeggen. 


En je kunt niet al het negatieve voortkomend uit je andere-zijn onder controle hebben. 

Soms rood. Soms dwangen en fixaties en vastpinnen. 

Echt grote nood op zulke momenten. 

Ik heb het niet onder controle, maar accepteer dat het is zoals het is.


Dus de symptomen zijn niet weg, maar ik laat het gebeuren en vecht er niet tegen. 

In plaats van te zeggen: ‘het moet weg’, zeg ik: ‘het mag er zijn’. 


Het mag er zijn. 

Ik mag er zijn. 

En ik was vandaag weer nodig voor twee oppashonden. 

Één van de twee ging pontificaal voor me staan om al mijn liefde te krijgen - doodsbenauwd dat de andere hond een aai zou vangen. Maar hij draaide zich om en hup: de andere hond sprong naast me op de bank. Strijdend om mijn liefde. 

Zonder oordeel. Zich niet bekommerend om mijn andere-zijn. Mijn liefde is goed én genoeg voor hen. Onvoorwaardelijk. 






maandag 11 juni 2018

Onze projecten




Ons project tuin is nog niet klaar. Maar dankzij onze klusjesman Bert krijgt onze oude tuin nieuwe vormen. 
Is het zo ook niet met ons leven? 
Dat er eerst een storm moet komen, zodat je geen andere keus meer hebt dan het oude af te breken? Dwars door weerstand heen? En eenmaal met de grond gelijk, kan er weer voorzichtig gebouwd worden. Een nieuw fundamentje. Verse grond en mest. En samen romantisch (op zondag... maar we wilden het doen als Vincent niet thuis was), nieuwe planten uitzoeken. Ook voor de andere borders (buiten de foto) en de  voortuin. Er is ruimte gekomen om het tuintje opnieuw in te richten en er goed voor te zorgen. 
In onze levenstuin ontstaat die ruimte ook pas vaak na zo’n crisis. 

‪Je begint het leven pas echt te ontdekken als je ziek wordt...als je dichter bij de dood komt - dan besef je: ‘ik heb je nodig, ik heb mensen nodig die me vertrouwen, ik heb mensen nodig die van mij houden’... Om nieuwe betekenis te vinden, moeten we meestal door een crisis, door een ineenstorting heen. #JeanVanier‬

Ik zie mijn zwaktes vaak pas als ik ze bij een ander zie. 
Afgelopen vrijdag was de fotograaf dus bij ons (zie deze blog: 
http://kwetsbaarheid.blogspot.com/2018/06/goud-waard.html? )

De fotograaf was met de trein gekomen en vandaar door de stromende regen op de OV fiets naar ons huis. Tegen lunchtijd was hij klaar. Het regende nog steeds erg hard. 
Mijn man: ‘eet een boterham mee, we dekken wel een bord bij’. 
Fotograaf: ‘nee, ik fiets wel langs de supermarkt’. 
M: ‘maar ik wil best een broodje smeren’ 
F: ‘nee, is niet nodig’ 
M: ‘zal ik kijken of de fiets in de auto past?, dan breng ik je naar het station’ 
F: ‘nee, dat hoeft niet’ 
Man gaat het toch proberen of de fiets past, zó graag wil hij dienstbaar zijn en helpen. 
Man komt terug: ‘het past niet’ 
F: ‘is niet erg, ik fiets wel’ 
M: ‘dan krijg je van mij een oud parapluutje mee, die mag je houden’ 
F: ‘is goed’ 
M: ‘krentenolletje dan mee? 
F: ‘is goed’ 
M: ‘en hier ook een banaan en pakje chocomelk. 
F: ‘dankjewel’. 

Mijn lieve hubje zorgt zo graag voor mensen. Hij is heel zorgzaam en heeft de Brabantse gastvrijheid in zijn genen. Maar ik zei hem later wel: ‘geef jij mensen ook de ruimte om nee te zeggen op je goedbedoelde zorg?’ Hij was stellig in zijn nee. Onder voortdurend aandringen werden de nee’s een ja. Mag iemand nee zeggen? 
Het viel me op. 
Maar mogen mensen tegen mij ook nee zeggen. Hoeveel ruimte geef ik daarvoor? ‘Nee, nu even niet. Nee, je aanbod is lief, maar ik maak er geen gebruik van. Nee, ik reageer niet op je apps, Posts, berichten. ‘ 
Mijn man stopt niet met aandringen totdat hij zijn goedbedoelde zorg kwijt kan. 
Ik stop miet met aandringen tot een nee een ja wordt, of ik duidelijkheid heb waarom en wanneer ik dingen wel of niet kan verwachten. 
Is het niet hetzelfde? 

Lukt het ons om hier nieuw gedrag te planten? Of zit het gedrag (bij beiden) te veel geworteld in onze aard, in wie we zijn? Bij mij voor een groot gedeelte wel. Is het onmacht en geen onwil. Omdat er veel voor mij onduidelijk is. 
En van daaruit raak ik in paniek op een nee. 

Maar voor veel andere dingen geldt wel: soms is het goed dat het oude met de grond gelijk gemaakt wordt, moet je het oude (gedrag) loslaten, en dan kun je stapje voor stapje iets mooi nieuws op laten komen. 
Overbodige ballast. Ongezonde relaties. Afgoden. Verslavingen. 
En weetje... ik klamp me dusdanig aan dingen vast, dat er echt een storm nodig is om me er van los te rukken.. 
En dan nog... neem nu het voorbeeld ongezonde relaties. 
Wat is ongezond? Dat vinden anderen vaak. Ik houd van mensen, van ieder in gelijke mate. Ineens net doen of mensen minder zijn in rangorde of ze levend doodverklaren, lukt me niet. Ik kán dat gewoon niet. Ik ben voor hen misschien wel levend dood, maar andersom nooit. 

Kortom: mijn tuintje is complex. Maar ook erg mooi. Voor wie ogen heeft om te zien, zal de schoonheid van mijn tuintje zichtbaar zijn. 
Voor wie ziende blind is, zal met argwaan naar mijn tuin blijven kijken. 

vrijdag 8 juni 2018

Goud waard

Ik heb een heel bijzonder lichaam. Maar dat wist ik ook allang. Een lichaam dat hypergevoelig reageert (ook op medicatie). Denk aan mijn gebitsproblemen. Vele ontstekingen. Geboren met een derde nier. Overgevoelige slijmvliezen die heel veel slijm produceren, waardoor ik astma heb en bijholten-ontstekingen en het ene versterkt continu het andere.
Hypergevoelige zenuwen.
Een hypergevoelig lichaam.
Voortkomend uit mijn hypergevoelige autistische zijn.
De long- en bijholten problemen worden nu vanuit de neus aangevlogen.
Een zeldzaamheid.
Een laatste redmiddel.
Ik heb nu een neusvernevelaar met medicijnen die zeldzaam worden voorgeschreven.



De apothekersassistente noemde me de prijs van deze medicijnen. Schrik niet: 2000 euro voor 28 dagen.
En nu maar hopen dat het werkt!
En vies dat het smaakt dat spul in je keel.... Je zou voor 2000 euro een delicatesse verwachten.
En nu maar hopen dat het werkt.
Zo niet, dan waarschijnlijk voor de derde keer een operatieve ingreep.

Ik ben op mijn manier prachtig gemaakt.
Ik was/ben onbetaalbaar.
Maar was een gratis geschenk voor mijn ouders én mijn Schepper.
Meer dan 2000 euro waard.
‘Nu maar hopen dat het werkt’, dacht de Schepper toen Hij me maakte. Maar Hij wist van welk maaksel ik was. Hij wist al dat het niet zou werken. Maar liet het er niet bij.
Want ofschoon ik onbetaalbaar ben, heeft Hij voor me betaald!

Het koste Hem alles.
Een noodgreep.
Een (reddings)operatie.
Een laatste redmiddel.

Ik ben deze week geïnterviewd voor een serie ‘avondrood’ in De Nieuwe Koers, dat over gemis gaat. In mijn geval gemis aan verbinding, door het autistisch zijn, gemis van mijn vader, gemis aan contact met jongste.
Vandaag kwam de fotograaf.
Bijzonder om dit mee te maken.
Hoewel ik sinds gisteren totaal niet goed in mijn vel zit, liet ik dit over me heen komen.
Oppashond Dobey ging ook op de foto.
Als teken van hoe een (oppas)hond kan helpen in het gemis aan verbinding. Of ze deze uitkiezen: geen idee!
Maar wat een ervaring, zo’n reportage. Ik voelde me de koningin.



Het voelde alsof er recht gedaan werd aan mijn onbetaalbaarheid.
De prijs betaald voor het feit dat ik goud waard ben.

Ging het goed hierna?
Nou nee.
In de middag was mijn man boodschappen gaan doen.
Ik was op zolder en was ondertussen gedissocieerd.
Er werd aangebeld, iets na vijven. Pas na de tweede keer bellen, hoorde ik het.
Maar pas minuten daarna reageerde ik op de bel... en zag ik dat het de baas van Dobey was die hem kwam halen!
Ik was - doordat ik plaats en tijd kwijt was - vergeten dat Dobey beneden was.

Gelukkig hebben we tussen de middag nog een uitgebreide wandeling met hem gemaakt.
Dus het beest heeft er niet onder geleden.
Maar ik wel.
Want het is niet leuk.
Het is lang niet voorgekomen dat dissociëren. En nu al een paar keer in korte tijd.
Misschien toch de spanning van alle buitengewone dingen deze week?

Ik heb namelijk niet alleen een bijzonder lichaam. Maar ook een bijzondere geest/ziel.
Onbetaalbaar! Goud waard!

woensdag 6 juni 2018

Lekker spelen en genieten op Twitter... Oh ja?

Dit is een blog die gaat over Twitter.
Over de regels van het sociale spel.
Over hoe de regels überhaupt zijn.
En mijn moeite er mee.

Om te beginnen ga ik alle adviezen om te stoppen niet navolgen.
Want daar gaat het helemaal om.
Want het echte leven is een plek waar ik de regels net zo min begrijp.
Dus dan loop ik elders tegen dezelfde problematiek aan, zoals ik dat al mijn hele leven doe.

En ik geniet inderdaad van het volgen van mensen en een beetje op de hoogte blijven van wat er zoal speelt - via (regionale) nieuwskanalen, en wat er leeft onder mensen. De ongezouten meningen en opmerkingen rondom grote evenementen (voetbal, songfestival, boer zoekt vrouw). Juist de tweets maken het leuk om te volgen. :).

Maar dan nu het sociale spel.

Wanneer reageer je wel op mensen.
Wanneer niet.
Meestal is vrij snel reageren wel gewenst (dacht ik), omdat anders het moment van het 'gesprek' voorbij is.
Maar de ene zegt: 'je reageert te snel'.
De zegt totaal niets op mijn reageren.
De volgende geeft een beleefdheids antwoord of like.

Nog ingewikkelder wordt het met zogenaamde meer persoons gesprekken.

A plaatst een tweet.
B geeft een reactie.
A reageert terug.
B liket reactie van A.
C reageert op A én B (door zijn mening over het onderwerp van A te spuien en in te haken op het lopende 'gesprek').
B en/of A reageren weer op C.

Vooral met zulke gesprekken heb ik wisselende ervaringen.
Ik heb zelf een beetje het standpunt dat bovenstaande vanuit C letterlijk een inbreken in een gesprek tussen twee anderen is. In het echte leven weet ik ook nooit hoe je dat moet doen en wanneer het moment daarvoor geschikt is. Met als gevolg dat ik meer luister dan dat ik mee ga doen in het gesprek. Of ik doe het op een veel te lompe (in de ogen van anderen) manier.

Iniedergeval heb ik op twitter die poging wel meermaals gewaagd.
Alhoewel het voelt als bemoeien...
Het is een gesprek tussen twee anderen.
Mag ik daar dan op reageren?
Maar op twitter schijnt het te kunnen.
Totdat ik het doe.
Ik krijg dan geen reactie.
Het wordt inderdaad als inbreken gezien.
Inbreken in de gesprekken van anderen.

Deed ik het verkeerd?
Zei ik het verkeerde?
Deed ik het op de verkeerde manier?
Geen idee als A en B stil blijven.
En na mijn reageren gewoon vrolijk met zijn tweeën verder gaan.

In 80% van mijn 'inbreek'-tweets, is dat het geval.
Met als gevolg dat ik eigenlijk nooit meer doe.
En met een brok in mijn keel meeluister met alle gesprekken van anderen (= meelees).
Met een brok in mijn keel, omdat het me ook hier niet lukt om echt te verbinden.

Kennelijk leg ik de regels net iets anders uit.
En iedereen heeft daar dan ook nog zijn eigen regels in.
Kortom: Sociaal buiten spel.

Maar uit pure interesse in wie ik volg, lees ik graag.
Ik houd van iedereen die ik volg en van iedereen die mij volgt.

Maar lees stilletjes mee.

En verder? Verder zend ik vooral.
Ik zend talloze quotes (die in een later stadium ook weer gebruikt worden op het FB account dat ik met vrienden samen heb). Vaak ook quotes uit boeken die ik lees, dus het is tevens reguleren voor me.

En ik zend openbare posts van FB door naar twitter.

En ik zend mijn blogs.

Er zijn een handjevol vrouwen die af en toe op twitter reacties en/of likes geven op tweets van mij.
Er zijn er twee van die het - uit liefde voor mij - heel trouw doen, door dagelijks of wekelijks mijn tweets langs te lopen.

Maar verder?

Response op twitter vaak nul.

Hoe bind je volgers?
Hoe houd je volgers?
Hen volgen is niet genoeg.
Want je kunt in mijn twitter account zien dat ik VEEL meer mensen volg dan dat mij terug volgen.
Ik klik gewoon blindelings soms op volg, volg, volg.
En lees met plezier hun tweets en ga van hen houden.

Maar neem nu een Esther, die ik volg. Moeder van autistische Tom.  Ook zij blogt.
Ik plaats hier een link naar één van haar laatste blogs op twitter:
https://twitter.com/Estherv75/status/1001059710278275072 
Op het moment dat ik deze tweet in deze blog plaats, staan daar 9 retweets, 26 likes en 22 comments.

Mijn blogs krijgen nooit een retweet!
Een retweet zorgt wel voor meer lezers.
Omdat het onder meer mensen verspreid wordt, ook onder mensen die ik niet volg.
Maar ja. Als je nooit geretweet wordt, gebeurd dat niet.

Wat doet deze vrouw anders dan ik doe?
Is het het charisma?
Het voorkomen?

Wat maakt dat de ene bijna van nature mensen aan zich weet te binden (in het echte leven net zo) en dat de ander nauwelijks tot interactie komt? Wat ook helpt op twitter is letterlijk de interactie aangaan. Reageren op mensen. Zodat je in hun vizier komt. Of mee gaan praten in gesprekken.
Maar op het moment dat ik meepraat, valt het gesprek stil.

Ik heb dat nooit begrepen.
Op het schoolplein al niet.
En op dit schoolplein dat twitter heet ook niet.
Ik mis de aansluiting.
En speel wat voor en met mezelf.
Op een medium wat ik een warm hart toe draag.
Omdat ik me verwonder over de mooie gesprekken die ik zie (en waar ik geen deel van ben).
Kom, speel mee en geniet. 
Ik speel nu zo vaak alleen.
Met aan mijn hand wat trouwe fans.
Omdat ze weten dat alleen spelen me pijn doet.
Kom, speel mee en geniet. 
Als ik die zin vaak herhaal, dan zeggen - of denken - mensen: 'ik heb geen honing aan mijn kont'.
Want dat mensen met je mee spelen, kun je helaas niet afdwingen.
Sterker nog: dan haken ze af.
Ik nodig.
Maar het voelt voor hen als dwingen.
Omdat ze mijn nood hierin voelen.
Dus speel ik lekker alleen.
En dan geniet ik op mijn manier ook.
Maar je voelt... zo hoort het niet te zijn.