dinsdag 6 mei 2014

Van de borst af

Dit is een verdrietige Blog, omdat ik graag zou willen nóóit meer afhankelijk te zijn van (reacties) van mensen, maar me dat maar zo moeilijk lukt. Ik zal het uitleggen:

Met mijn verwerkingen van de afgelopen jaren, maak ik geestelijk ook groeiprocessen door.

In dit document kun je wat lezen over de verschillende fases van geestelijke groei.

Ik zit op dit moment -  denk ik -  in de fase zoals beschreven op pagina 6 van dit document.
Ik citeer:
"De groei naar de derde fase ('het kind') komt door een overvloed aan liefde en warmte in het huisgezin van God, waar vaders en moeders een voortdurende bron van bemoediging, bevestiging en aansporing zijn in het groeien naar geestelijke volwassenheid. Deze leeftijdsfase is een fase waarin veiligheid en vertrouwen een grote rol spelen, waardoor het kleine kind kan overschakelen van borstvoeding naar de eerste vormen van vast voedsel en emotioneel in staat is om stabiliteit te ontwikkelen in de geestelijke identiteit."
Ps.131:1-2 HEER, niet trots is mijn hart, niet hoogmoedig mijn blik, ik zoek niet wat te groot is voor mij en te hoog gegrepen. Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder, als een gespeend (NBG) kind is mijn ziel in mij.
Gen.20:8 Het kind groeide voorspoedig op, en toen de dag gekomen was dat het van de borst werd genomen, gaf Abraham een groot feest.

Een interessant artikel om te lezen, als je daarin geïnteresseerd bent.

Dit brengt mij nu bij Psalm 131. Een Psalm die ik me vooral in de nieuwe vertaling eigen heb gemaakt en op die manier ook bij me is gaan leven. Vooral vers 2:

"Nee, ik ben stil geworden,
ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder,
als een kind is mijn ziel in mij."

Als in mijn voortdurende onrust er fases van rust zijn, dan ervaar ik dit zo sterk.
Ik heb dit ook echt mee mogen maken, als er grote strijd is geweest en daar weer rust in is, door dat Hij voorzag in die rust. Dan ben ik bevredigd bij de Vader op schoot.

Maar in de oude vertalingen van Psalm 131 komt het woord 'gespeend' voor.
Ik bleef tot nu toe hangen in het liefelijke beeld, van tot rust komen, als een kind op schoot, die kleine baby.
Maar eigenlijk is het veel mooier. Als een baby de borst ontwend wordt, zal het eerst onrustig zijn. Het wil de borst en accepteert niet gelijk een speen. Maar als het dan tóch de rust vindt, dan gaat dat veel dieper.
Zo zoekt God geen peuters, maar partners. Je mag groeien!

De betekenis van het woord 'gespeend' volgens het woordenboek:: van de speen of borst afwennen, niet meer zogen; het begeerde onthouden. Hier valt het liefelijke beeld van de verzadigde zuigeling zo in duigen. Een gespeend kind is een kind dat zich niet meer aan de moederborst mag verzadigen.
Het gaat niet alleen om verzadiging, maar ook om gemis. Een verlangen is vervuld, maar een opdracht is gegeven. Voortaan en gaandeweg steeds meer, zal een er zelfstandigheid gevergd worden, geen moeiteloze afhankelijkheid. De moeder (of God de Vader) is er wel, maar niet alleen als levensbron, als voedster maar ook als de gene die het kind gemakkelijke bevrediging ontzegt. Niet meer de voedster, maar de opvoedster. 

Eigenlijk is dit het afleren van een verslaving. Een gemis dus. En als je zulke opvoed(st)ers om je heen hebt, die je daarbij helpen en bevestigen, dan ben je een gezegend mens. Met op de eerste plaats God zelf als je Opvoeder.

Na en naast gestild verlangen komt dus eigen zelfstandigheid. Psalm 131 is een vervolg op psalm 130: "uit de diepte roep ik..." 

In vers 1 van Psalm 131 staat wat je imago kan bedreigen; namelijk grootheidswaan, zelfoverschatting , trots, 'eigen godje spelen', je eigen ego.... En daarvan zegt de psalm; ik heb mijn wezen tot rust gebracht, mijn ziel gerustgesteld, als een gespeend kind. M.a.w.: ik weet wat ik mis, wat mij ontzegd wordt, wat ik moet derven. Maar ik weet ook wat mij te doen staat, wat mij is opgelegd: Vrij zijn, verantwoordelijk, gedragen... gespeend en getroost, zelfstandig en volwassen...

Wat vertalingen van Psalm 131 naast elkaar.



Ik vind de Herziene Statenvertaling wel het mooist en meest veelzeggend:
"2 Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust
en tot stilte gebracht,
als een kind dat de borst ontwend is, bij zijn moeder,
mijn ziel is in mij als een kind dat de borst ontwend is."

En wat me ook treft is in die oudere vertalingen de actieve rol van je zelf, om je ziel in jou tot rust te krijgen.
Naardense vertaling:
"2 Nee, bedaren liet ik, verstillen
mijn ziel als een gespeend kínd bij zijn móeder,
als een gespeend kínd rust mijn zíel bij míj."

Het rustig worden overkomt je niet. Het is een actieve houding. Een zorgen voor je ziel. Leren luisteren naar je eigen behoeften. Vast voedsel zoeken. Niet wachten tot de melk aangeboden wordt. 

Zo heb ik recent ook iets ontdekt wat zorgen is voor mijn eigen ziel. In mijn Blogs in de Stille Week had ik het over het 'pleasen' van mensen, wat ik graag zou willen afleren. Zo ben ik er ook achter gekomen dat ik heel erg veel de kind-delen in mij nog please. Kinddelen die wél gevoed willen worden aan de borst. En dat bij allerlei 'borsten' proberen te zoeken, buiten Hem om. Zorgen voor mijn ziel is als de volwassen IK 'de baas' is en niet 'de kind-delen' in mij. Ook een stukje groei naar volwassenheid. 

Waar ik in deze Blog heb stilgestaan bij Psalm 131, wil ik in een volgende Blog uitgebreider stil staan bij de Dramadriehoek (en Winnaarsdriehoek). Hier alvast kort:



Als je hier uit wilt stappen en de 'redder' zich terugtrekt, dan kan 'het slachtoffer' volwassen worden.
Toch zul je eerst ontwenningsverschijnselen krijgen, zoals een kind dat gespeend wordt.

Als iemand stopt met redden, moet je voorbereid zijn op protest. De aanklager zal alles uit de kast trekken om niet te hoeven veranderen. De voorspelbare reacties zijn:
“Dit kunnen jullie me niet aandoen”;
“Ik zal instorten”;
“Ik dacht dat ik jou kon vertrouwen”;
"Jij bent de enige die mij gelukkig maakt";
“Ik dacht dat jij mijn vriend was”

Deze uitspraken lokken vaak discussies uit die de redder ertoe kunnen verleiden aan zichzelf te gaan twijfelen. Zolang dat gebeurt, hoeft het gesprek niet te gaan over het werkelijke probleem: de angst voor verantwoordelijkheid, volwassen worden, etc. Iemand kiest niet doelbewust de slachtofferrol. Meestal is er geen sprake van opzet. De slachtofferrol komt vaak eerder voort uit het niet bewust zijn van de eigen kracht en mogelijkheden.

Ik herken mezelf sterk in die slachtoffer- en aanklagersrol. Vooral mijn kind-delen. Als baby de melk willen krijgen. En als die niet voorhanden is, dan ga ik manipuleren, aanklagen. Een patroon dat ontstaan is, door alles wat ik meegemaakt heb aan gepest worden, buitengesloten en genegeerd worden en misbruik. Een soort 'compensatie-gedrag'. En oh... wat kom ik daar moeilijk vanaf....!!!

Een volgende keer diep ik dit verder uit.

Deze bewustwording is voor mij groei. Een groei, die mijn ziel tot rust zou kunnen brengen, als een pas gespeend kind.

Maar dat is helaas niet zo.
Ik ben een falend kind. Ik blijf die borsten overal en nergens zoeken en kan maar geen afstand nemen van die melk. Word ik ooit volwassen???? Kom ik ooit uit die slachtoffer- / aanklagersrol???? Het lijkt maar niet te lukken... Ik faal voortdurend en dat maakt me diep verdrietig.
 




1 opmerking:

  1. Ingeborg, ten eerts vind ik het al heel dapper dat je de fases van je leven beschrijft en dat je inzicht hebt in je "problematiek". Aan de andere kant, is het falen als je bij wijze van spreken moedermelk nodig hebt. Stelt Jezus ons niet steeds de kinderen voor, en wat we van hen kunnen leren. Worden als een kind, vertrouwen op Hem. Dat doe jij en dat is mooi. En dat je daarnaast aan dingen bij jezelf wil werken, is goed. Ik denk dat iedereen fases doormaakt, de een wat eerder de ander wat later en sommigen nooit. Psalm 131is daarom een prachtig lied op het leven. Omarm dat leven en gun jezelf de tijd. Lieve groet, Mirjam

    BeantwoordenVerwijderen