zondag 7 september 2014

God's antwoord aan mij op 'op het gymbankje zitten'

Wat antwoordt God mij, als ik denk op dat bankje te zitten en me kwaad maak, omdat de aandacht niet gelijkwaardig/evenredig verdeeld wordt? (zie vorige Blog)

1.

Jona 3:10 - 4:11


10 Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam hij terug op wat hij gedreigd had hun aan te doen, en hij deed het niet. 4
Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad. Hij bad tot de HEER: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’ Maar de HEER zei: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent?’
Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren. Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant. Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde. En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven: ‘Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’ Maar God zei tegen Jona: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent over die plant?’ Jona antwoordde: ‘Ik ben verschrikkelijk kwaad, en terecht!’ 10 Toen zei de HEER: ‘Als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging, 11 zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’

2.

Matteüs 20:1-16


20
Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uit trok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken. Nadat hij met de arbeiders een dagloon van een denarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard. Drie uur later trok hij er opnieuw op uit, en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan, zei hij ook tegen hen: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.” En ze gingen erheen. Rond het middaguur ging hij er nogmaals op uit, en drie uur later weer, en handelde als tevoren. Toen hij tegen het elfde uur van de dag nog eens op weg ging, trof hij een groepje dat er nog steeds stond. Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” “Niemand wilde ons in dienst nemen,” antwoordden ze. Hij zei hun: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard.” Toen de avond gevallen was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: “Roep de arbeiders bij je en betaal hun het loon uit. Begin daarbij met de laatsten en eindig met de eersten.” En zij die er vanaf het elfde uur waren, kwamen naar voren en kregen ieder een denarie. 10 En toen zij die als eersten waren gekomen naar voren stapten, dachten ze dat zij wel meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder die ene denarie. 11 Toen ze die in handen hadden, gingen ze bij de landheer hun beklag doen: 12 “Die laatsten hebben één uur gewerkt en u behandelt hen zoals u ons behandelt, terwijl wij het onder de brandende zon de hele dag hebben volgehouden.” 13 Hij gaf een van hen ten antwoord: “Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? 14 Neem dan aan wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten nu eenmaal hetzelfde betalen als aan jou. 15 Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?” 16 Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’

Mijn uitleg van deze twee teksten van God aan mij: 
(waar ik 'je/we/ons' schrijf, heb ik het ook veelal tegen mezelf en had ook 'ik' kunnen staan).

We zijn niet allemaal gelijk. We zijn wel allemaal gelijkwaardig (= van evenveel (onschatbare) waarde). God gunt ons allemaal het goede. Hij geeft ons allemaal genoeg om van te leven, om een dag mee door te komen (en over de volgende dag hoef je je niet druk te maken...). Dus 'bankzitter' of niet: God gunt ons allemaal het goede. En geeft ons allemaal het goede. Waarom zo mopperen en dat niet gewoon aannemen? En... Gód geeft dat goede aan iedereen... Hij is de géver. Niet afhankelijk zijn van al die 'leiders' of je in hun gunst valt of niet. Zij bepalen niet of je op een bank zit of niet. Dat bepaalt Hij! En als je er zit, geeft Hij aan allemaal een denarie. Ook aan hen die het laatste uur nog mee mogen doen aan 'het spel'. Dus: richt je op de Gever van al het goede. En wees niet kwaad, als Genade onrechtvaardig is of lijkt. Want het is stuitend onrechtvaardig. Als je het zelf denkt te verdienen, krijg je het niet. Als je het niet (meer) verwacht, krijg je het (onverdiende goedheid!).



3. 

1 Koningen 19:1-11


Elia op de Horeb
19
Achab vertelde Izebel alles wat Elia had gedaan, ook dat hij alle profeten ter dood had gebracht. Toen liet Izebel Elia de volgende boodschap overbrengen: ‘De goden mogen met mij doen wat ze willen als u morgen om deze tijd niet hetzelfde lot ondergaat als zij.’ Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden. Bij Berseba in Juda aangekomen liet hij zijn knecht achter en zelf trok hij één dagreis ver de woestijn in. Daar ging hij onder een bremstruik zitten, verlangend naar de dood, en zei: ‘Het is genoeg geweest, HEER. Neem mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn voorouders.’ Hij viel onder de bremstruik in slaap, maar er kwam een engel, die hem aanraakte en zei: ‘Word wakker en eet wat.’ Elia keek op en ontdekte naast zijn hoofd een brood, in gloeiende kooltjes gebakken, en een kruik water. Nadat hij had gegeten en gedronken ging hij weer onder de struik liggen. Maar de engel van de HEER kwam terug, raakte hem opnieuw aan en zei: ‘Sta op en eet wat, anders is de reis te zwaar voor je.’ Elia stond op, en toen hij had gegeten en gedronken liep hij, gesterkt door dit voedsel, veertig dagen en veertig nachten door de woestijn, tot hij bij de Horeb kwam, de berg van God. Daar ging hij een grot binnen om er de nacht door te brengen.
Toen richtte de HEER zich tot hem met de woorden: ‘Elia, wat doe je hier?’ 10 Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de HEER, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’11 ‘Kom naar buiten,’ zei de HEER, ‘en treed hier op de berg voor mij aan.’ (...).

Mijn uitleg van deze tekst van God aan mij: 
Kom van dat bankje af, en ga staan. Sta op in Zijn aanwezigheid... én word stil... Laat je ziel door Hem kalmeren. Niet: doe recht, want mij is onrecht aangedaan. Maar: dat recht loslaten en aantreden in Zijn aanwezigheid.
Gelijk hebben, wil niet zeggen: gelijk krijgen. De ander zegt niet: 'ach wat zielig joh... je hebt gelijk dat het onrecht is dat je daar zit'. En God zegt ook niet: 'ach wat zielig joh... je hebt gelijk dat het onrecht is dat je daar zit'. God zegt: 'Strek je uit. Kom uit de rol waar je in zit. Kom van dat bankje af, en ga staan. Sta op in Mijn aanwezigheid. Nodig Mij uit in de teleurstelling dat je op dat bankje zit'.
God vraagt aan mij waarom ik op dat bankje zit. Ik: 'omdat mij onrecht is aangedaan. Er worden allemaal groepjes gekozen. Iedereen krijgt altijd maar aandacht. Worden gezien. Tellen mee. En ik? Ik blijf over. Wéér blijf ik over. Ze zijn allemaal begonnen aan het spel en ik mag bij geen enkel groepje horen. Een worm ben ik. Minder dan dat.
En God zegt: 'Strek je uit. Kom uit de rol waar je in zit. Kom van dat bankje af, en ga staan. Sta op in Mijn aanwezigheid. Nodig Mij uit in de teleurstelling dat je op dat bankje zit'.

3 opmerkingen:

  1. Wat heb je dat treffend beschreven. Hem uitnodigen in je teleurstelling. Dank je wel.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mooi! Dankjewel dat je ook dit hebt gedeeld! Groetjes, T

    BeantwoordenVerwijderen