vrijdag 17 oktober 2014

Hé kleine meid, hallo volwassen vrouw

Toen ik voor mijn vorige Blog de foto van de fiets bij de MAVO zocht, kwam ik in mijn plakboek dit kaartje met foto tegen. Ik zal hier een jaar of 11 geweest zijn. We hadden altijd cavia's en konijnen in huis. Die beesten hadden namen en bijnamen, of namen veranderden in de loop van de tijd. De cavia hier op de foto heette Freeke en had als bijnaam Frodje. Nu ik dit terug zie, weet ik precies waar ik zat. Ik zat op het bed van mijn zus. Zij schreef ook dit gedichtje voor me, en gaf me dat in een kaartje voor Sinterklaas. Mijn zus zat toen ook op een fotocursus. Dus deze foto had ze zelf ontwikkeld.


Maar dat gedichtje... smelt...
Geschreven door een zus, die me aanvoelde en begreep (meer dan mama en mijn andere zus... nu nog).

Toen papa net dood was (ik was 2, bijna 3), was die zus 7 jaar. Ze was geabonneerd op de Bobo.
Dan gooide ze wekelijks haar 'oude' Bobo door de brievenbus en die was dan zogenaamd voor mij. Dan gingen we samen 'clubje spelen' (geen idee meer wat dat behelsde... volgens mij las ze dan de Bobo voor). Dat was voor mij érg waardevol in die kleuterperiode zonder vader. Een kleuterperiode die zich ook nog door ziekte kenmerkte. Want ik had al vanaf mijn 1e last van blaasontstekingen. Onderzoeken begonnen toen papa nog leefde. Na zijn dood ben ik een tijdje ter observatie opgenomen geweest in een streekziekenhuis in Hoorn (is ook het ziekenhuis waar papa overleden is). Dat was erg traumatisch. Ik lag op de kinderafdeling in een bedje met spijlen... Weinig bezoek. Dat mocht niet. Ik weet nog dat ik me eenzaam voelde. Heb ook nog een kaartje van een nicht van me met daarop de tekst 'ik kan er ook niets aan doen'. Het meisje was 8 toen... Ze hebben er niets gevonden.
Toen we op mijn 4e naar onze huidige woonplaats verhuist zijn, gingen de onderzoeken in het ziekenhuis gewoon door. En ondertussen maar antibiotica moeten slikken... jaren lang. Dat mama me achterover op de tafel moest werpen, om die troep nog in mijn mond te krijgen. Maar er werden ook röntgenfoto's gemaakt. En in die tijd mochten ouders nog niet mee naar binnen. Later hoorde ik van mama dat zij daar buiten zat en mij daar binnen om haar hoorde roepen. Omdat de oorzaak maar niet gevonden kon worden, zijn er vaker foto's gemaakt... Niet leuk... Verdrietig...
Mama zette door en ging met me naar Den Bosch. Daar werd de oorzaak gevonden... Een derde nier, waarvan de urineleiders vernauwd waren. Vandaar die blaasontstekingen. Al snel (op mijn 4e), werd die nier verwijderd door wijlen dr. Moonen (als ik niet goed at, zei mama altijd dat ik goed moest eten want dr. Moonen keek door het raam naar binnen... dus dat was een hele magische man voor me...). Het enige wat mij nu nog aan die tijd herinnert is een groot litteken in mijn linkerzij (dat groeide met de groei natuurlijk lekker mee....). (Maar ook in dat ziekenhuis, een kinderafdeling, op de woensdagmiddag naar de tv-zaal gebracht worden (zwart-wit tv) en weinig bezoek.)

Het meisje van toen... (die het tóen al moeilijk had)...
Is de vrouw van nu...
Een vrouw die verlangt om erbij te horen.
Een vrouw dié er bij hoort.
Een vrouw die kind van Hem is, en vanuit die basis mag zijn en worden wie ze is.
Een vrouw die mildheid verdient, vooral van haarzelf.
Lieve volwassen vrouw: 'ik houd van jou'.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten