maandag 25 april 2016

MIJN voorwaarden

Als ik vol zit van iets, dan moet ik dat ook reguleren. Want vol zitten van iets is namelijk ook een prikkel. Hoe positief ook. Om te voorkomen dat zo'n prikkel me rood maakt ga ik honderduit vertellen. 

Afgelopen zaterdag ben ik naar de Nederland Zingtdag geweest. 
Een enorm positieve prikkel. Een vat dat gevuld zit met positieve prikkels. Dus ik vertel, vertel, vertel, vertel. Telkens over dat ene lied dat ik zo mooi vond. Of dat fragment. Of dat. Of dat. 
Even was ik zo'n dag in een hele veilige wereld, ondanks de hoeveelheid prikkels die daar weer op je af komen. Maar het was voor mij een voorspelbare dag, dus dat scheelt een boel.



En zelfs de positieve prikkel dat ik me op zo'n dag geborgen wist in Zijn veilige bedding moet er uit.
Anders overspoelt het me en word ik rood. 

Maar na dat mijn lieftallige echtgenoot zijn oor voor mijn ratelserenade beschikbaar had gesteld, was hij het op een gegeven moment beu. Kennelijk was ik al 24 uur over hetzelfde aan het ratelen. En mijn therapeute zei: ratelen is een signaal dat je rood wordt. Dus ondertussen had manlief een vol vat van mijn geratel. Hij zei resoluut: ik wil er NIETS meer van horen. BAM. Paniek. Want ik was nog niet klaar met reguleren. Grove verwijten richting mijn man. 
Ik nogmaals uitgelegd hoe het werkt. Zijn redenatie: 'prima dat je blij bent van wat je meemaakte, maar dat is het dan toch?'. Ik: al die blijheid moet ik reguleren, anders is zelfs het vol zitten van blije prikkels rood-makend.

Hij voelde zich langzamerhand gedwongen om leuk te vinden wat ik leuk vind en was daar niet van gediend. Ik ook niet, want ik wilde hem juist betrekken in mijn blije zielsbeleving. Dus snapte ik niet dat het hem niet (meer ) raakte. 

Ik vertelde hem hoe mama wel die veilige plek was voor mijn autisme (niet voor mijn trauma's). Al was helemaal niet bekend wat ik had. Intuïtief deed ze het goede. In mijn middelbare schoolperiode ging ik elke zomer een weekje op kamp. Van het toenmalige LCGJ (Landelijk centrum gereformeerd jeugdwerk). Ik kende de kinderen er niet. Had ook niet zoveel aansluiting. Maar toch was ook dat een relatief veilige plek voor me. Ik was uit de schoolsfeer van gepest worden. Even niet die zorgen. Ik genoot vooral ook van het samen zingen. Met 30 kinderen kampliederen zingen gaf hetzelfde gevoel als met 10.000 op de Nederland Zingtdag. Als een overlopend vat kwam ik na een week thuis.

Mijn moeder was bevriend met een echtpaar. Zo goed dat wij ze oom en tante mochten noemen. Mijn moeder had namelijk voor ze trouwde van 1950-1960 in een weeshuis in Enkhuizen gewerkt. Daar heeft ze oom S leren kennen in 1951. Hij was één van de wezen. Mijn moeder was toen 22 en hij 17. Drie jaar lang is ze intensief met hem opgetrokken waardoor er toch een band ontstaan was. Toen hij verkering kreeg met een iets ouder meisje heeft hij het weeshuis verlaten. Mijn moeder trouwde later met mijn vader. Het toeval was dat ze voor beider werk in Oss kwamen te wonen. Oom S werkte bij een ander bedrijf dan mijn vader. Maar zo kwamen toch in Oss vanaf 1960 de wegen weer bij elkaar. 

Oom S was dol op zingen. En als ik terugkwam van zo'n kamp had mijn moeder een avond gearrangeerd met oom S. Die kwam dan een avond lang met mij alle kampliederen nog eens doorzingen. Dat gebeurde zo jaren achtereen. Geweldig! Dat was nog eens mooi reguleren! 


Maar manlief is geen oom S. Maar ik verwacht wel dat alle mensen Oom S-sen zijn. En ik word boos en drammerig als niet aan die verwachting voldaan wordt... 

Toen zag ik vandaag dit plaatje voorbij komen: 



Hoe triest het ook is... Het klopt wel... 
Maar mensen zeggen vaak: 'prima die voorwaarden van jou, maar dan niet met mij'!
Als ik echt contact wil hebben moet ik voorwaarden laten vallen. En dat heb ik natuurlijk heel veel gedaan in mijn leven. Want ik was slim zat om te weten dat er bijvoorbeeld op mijn werk geen ruimte was voor zulke voorwaarden. Dat is nu eenmaal ongepast. Als ik daar zou drammen en ratelen zou ik op dag één al ontslagen zijn. Maar wel voelde ik me diep ongelukkig. Want als je nergens een plek voelt waar je wel die voorwaarden zichtbaar durft te maken en dat ook mag, dan is er wel contact, maar nooit echt contact. 
En tuurlijk mag het... Zou je zeggen... Maar dat heeft als consequentie dat mensen er achter komen dat ze niet aan die voorwaarden kunnen of willen voldoen en dan stopt het contact ook weer. 
Dus als ik wel contacten wil hebben (bijvoorbeeld met de vriendin die mee was naar de Nederland Zingtdag) dan zal ik toch voorwaarden op moeten geven. Ik geef de voorwaarde op (d.w.z. dat ik hem niet eens kenbaar maak) dat ik wil ratelen over de dag met haar. Daar heb ik toch een man voor? Dus claim ik het ook van hem. Totdat hij gillend gek wordt. Omdat hij ook niet aan al mijn voorwaarden kan voldoen. Als ik heel veel voorwaarden op ga geven, wat blijft er dan nog van MIJ over? Want ik ben juist ik door en met die voorwaarden. Met als gevolg dat ik daar best eenzaam in sta. Als ik al mijn voorwaarden opgeef, leren mensen een surrogaat-ik kennen. Een nep-ik. En dan ben ik diep ongelukkig. 

Manlief heeft dus zijn grenzen aangegeven. Het voordeel daarvan? Dat we over bovenstaande wel diepgaand doorgepraat hebben. Leuk? Nee. Verdrietig. En eenzaam. Voor beiden. Want manlief wil voor mij een grotere rol hebben dan regulatie-object te zijn. Kan ik aan zijn voorwaarde voldoen? Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar nooit eerder oog voor had...

1 opmerking:

  1. Wauw, mooi beschreven en wat is het moeilijk voor jullie samen, want ik lees en voel jouw eenzaamheid en pijn en tegelijkertijd ook wel het verdriet dat je man niet meer voor je kan doen en zijn grenzen aan wil/moet geven wat jou dan weer eenzaamheid en een alleen gelaten gevoel geeft .........dapper dat je dit met ions wilt delen en je je opnieuw zo open en kwetsbaar op durft te stellen 🌹🌹🌹🌹

    BeantwoordenVerwijderen