dinsdag 30 augustus 2016

Capitulatie

Ik las vanochtend dit mooie en treffende gedicht van Ronald Lammers

Genade en nog eens genade

Je dacht dat het kwaad jou niets meer kon maken.
Je bent immers meer dan overwinnaar
in Hem die jou heeft liefgehad.
Om dan zo in vertwijfeling te raken
is als het verliezen van je kostbaarste schat.

Je dacht dat ongeloof jou nooit meer zou treffen.
Je bent immers zeker van het leven
dat Hij toch wilde leven in jou?
Dat dat nu weg is, doet je hopeloos beseffen
dat je je om moet keren, het tijd is voor berouw.

Maar je tranen ontladen slechts gevoelens.
Diep van binnen ben je iets dierbaars kwijt.
Het leven dat je nu in het verborgene leidt
is toch niet het leven dat Hij kan bedoelen?

Je dacht dat je niet meer kon struikelen op je paden.
Je bent immers gerechtvaardigd in Hem
die geen enkele schuld meer ziet in jou?
Om dan zo door het moeras van twijfel te waden
maakt jou diep onzeker over je liefde en trouw.

Maar Hij komt met genade en nog eens genade.
Totdat je zegt: Heer, geloof U het dan maar.
Maak U het maar in mijn leven waar.
Wees U maar trouw, in liefde vastberaden.


Ik kan me in mijn angsten, vermoeidheid en struikelingen, delen van mij, etc. ook afgebroken voelen tot de grond (zie ook deze post).

Ik kan - mede door medicijngebruik - zo intens moe zijn, dat ik me er gewoon ziek van voel.

Ik kan het gevoel hebben alle liefde verspeeld te hebben. 

Niets meer van me over.

Afgebroken tot een punt waarop je wel móet capituleren... Het overkomt me vaker dan me lief is. Het overkwam me enkele jaren terug. Ik fietste langs het water (op een gammele fiets die voor mijn gevoel ook nog achteruit ging, terwijl ik vooruit trapte). Links en rechts van me water en een fietspad rechtdoor. Ergens in de buurt van Kinderdijk. De neiging om links- of rechtsaf te slaan (dat water in) was zéér groot. Zo diep zat ik. En nog steeds maak ik zulke momenten mee. Dan is het enkel Genade dat ik capituleer en Hij me rechtdoor laat fietsen. Grote en kleine capitulatie-momenten zijn er nog velen. Als ik vastloop in alle chaotische draden in mijn hoofd. In het overzicht kwijt zijn en chaos. In vele onbeantwoorde (autistische?) vragen. Er zijn weinigen die willen voorzien in de antwoorden van mijn eindeloze vragenstroom. Maar dat wil niet zeggen dat de vragen er niet zijn. Manlief zegt: 'laat de vragen toch de vragen'. Mij vermoeid het alleen maar. Er blijft zoveel open in mijn hoofd. En in de chaos van (te grote) bergen die voor me liggen, komt dit treffende beeld van dit fietspad weer op mijn netvlies en geef me over in Zijn armen. Hij is mijn antwoord. Hij is het daarom op mijn waarom. En er komt rust. Zelfs IN mijn intense vermoeidheid.

 

Hetzelfde fietspad, alleen nu een paar jaar later.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten