woensdag 5 oktober 2016

kleine grote kindertrauma's - over haan en hond

Eenzaam

Gisteren deelde ik dit op FB:

Een tijdje terug de conclusie getrokken dat veel van mijn problemen ook voortkomen uit een te klein ondersteunend netwerk.
En daarbij het wijze advies van vrienden hier: 'ja, dát is het! Breid je netwerk uit!'.
Wat zou ik dat graag willen.
Maar wat voel ik een onvermogen.
Een onvermogen in het zoeken van de juiste mensen op het juiste moment.
Een onvermogen in het maken van echt contact met mensen.
Ik praat tegen mensen.
Als ik mensen zie, schud ik een hand of geef een kus.
Maar heb ik contact?
Zijn er mensen die ik kan/durf bellen als ik het gevoel heb dat de eenzaamheid mijn keel er af snijdt?
Ga eens wat vaker bij iemand op de koffie!
Nou ja...
dat verstoord nu net weer het in mijn eigen tempo mijn dingetjes doen.
Dan voel ik een druk waar ik niet aan kan voldoen.
Kom voor mijn gevoel plots in tijdnood, omdat mijn schema niet meer klopt.
En wie bel ik voor koffie?
Ik geniet er van dat ik me meer thuis voel bij mezelf.
Dat ik veel meer in het nu leef en in dat nu mijn eigen dingetjes kan doen, die gedaan moeten worden, in mijn eigen tempo.
Heerlijk...
Maar soms bekneld de eenzaamheid me.
Echt contact op zielsniveau?
Mag ik iets eerlijk zeggen.
In het echte leven zijn er maar weinigen waar ik mijn ziel mee deel.
Hooguit mijn man, maar ook hij is niet 24/7 beschikbaar...
Sterker nog... Ook in die relatie lukt het me negen van de tien keer niet.
Dan zonder ik me af.
Omdat mijn ziel het maar niet voor elkaar krijgt om te verbinden.
De ander.
Zover weg voor mij.
Soms beknelt die eenzaamheid me....
Mensen onverwachts bellen...
Ik negeer al onverwachte telefoontjes naar mij, omdat dat mijn schema's verstoord.
Maar ik durf ook niet onverwachts een ander te bellen:
'hé zullen we NU even samen wandelen?'.
Dan moet er met veel moeite een afspraak worden gemaakt en als dat niet gebeurd, dan schuif ik het weer op de lange baan.
En het leven draait vooral om de échte wereld.
Om mijn eigen netwerkje.
Maar als mijn ziel niet kan verbinden,
dan voelt het alsof er geen netwerkje is.
Mijn netwerkje zo kwetsbaar klein.
Ik voel me zó beklemmend eenzaam.
En dat is niet fijn...
Vandaag al schrijvend terug gekeken op periodes uit mijn leven.
En telkens kwam er één kernwoord uit naar boven:
Eenzaamheid.
Autisme.
Het onvermogen om diep te verbinden.
En oppervlakkige relaties laat ik versloffen...
Omdat mijn ziel daar ook niet mee uit de voeten kan.
Mijn ziel schreeuwt....
OM VERBINDING!!!!
En weer rollen de tranen al schrijvend over mijn wangen.
Want dáár zit het kern-probleem!
Het is het kernprobleem van mijn (autistisch) zijn.
Autisme: een diep ingrijpende (=pervasieve) ontwikkelingsstoornis.
Diep ingrijpend.
Ik zie dan een teek voor me.
Die klemt zich vast in de huid.
Zo klemt autisme zich vast in mijn ziel.
In alles wat 'normale mensen' als vaardigheden bezitten.
Mijn probleem is helder.
Maar de oplossing?
Ik probeer steeds minder in nood om me heen te roepen naar jan en alleman.
Met als gevolg dat ik naar niemand meer roep.
Bij wie kan ik nog terecht?
Breid je netwerk uit....
Het voelt als tegen jongste zeggen (die niet kan praten en dat ook nooit zal kunnen); 'zeg het woord selfiestick'.
Of tegen een blinde: 'wijs nu de groene groente aan in de supermarkt'.
Of tegen een dove: 'herhaal wat ik NU tegen je zeg'.
Je wílt het wel...
Maar hóe??????
En het zit dieper dan zomaar even bij iemand op de koffie gaan...
Dat is het zelfde als dat jongste maar wat brabbelt.
Of de blinde willekeurige groente aanwijst.
Of dat de dove wat klanken uitkraamt.
Dat is behelpen.
Dat is doen alsof.
Het is een handicap die soms mijn ziel uitmergt.
Omdat ik het niet meer weet...
Oppervlakkig - aan de buitenkant - lijkt het soms heel wat, als je me ziet. Maar vanbinnen? Schreeuwt mijn ziel....
En rollen mijn tranen in God's hand.
Een verbinding op zielsniveau.



Zelfs al zou ik een netwerk van 30 vrienden hebben, zelfs dan ben ik/ voel ik me eenzaam omdat die zielsverbinding niet lukt. Ik ben er wel. Die ander is er wel. Maar de verbinding is er niet. Dus feitelijk staat het nog los van de grootte van een netwerk.
Dat geeft bij mij de eenzaamheid/het eenzame gevoel.
Dus elke keer voorzichtig, maar gestaag proberen mijn netwerk te vergroten, lost het probleem ten diepste niet op.
Het is een soort onvermogen van de ziel.


Haan

Die eenzaamheid had ik al als kind. Die is gewoon aan mijn ziel vastgenageld zoals autisme dat is. In feite zou je kunnen zeggen dat eenzaamheid van de ziel synoniem is voor autisme. En dat begrijp je denk ik alleen ten volle als je zelf autistisch bent. 
Wel had ik als kind tot tweemaal toe in mijn leven een dier bij me dat iets van die eenzaamheid leek te verzachten. Zonder woorden (want dat kan niet bij dieren) was er zielscontact.
De eerste keer was met een haan. 
Van de één op de andere dag was er een haan in onze tuin. Een zwerfhaan. Mijn moeder gaf hem eten en we kregen écht een band met hem. Het enige nadeel: we woonden in een rijtjeshuis en elke ochtend om 4.00u begon het beest te kraaien. Ik vond het niet erg. Dat was mijn eerste contact met hem. Hij zat dan ook onder mijn raam. Maar de buren vonden het maar niets.
Op een dag werd het beest in zijn vlucht gevangen door een Turkse buurvrouw van 2 huizen verderop. Op mama's vraag waar het beest gebleven was, zei ze: kinderboerderij. Tranen met tuiten. Om mij gerust te stellen fietsten mama en ik naar de kinderboerderij. Geen haan. En we wisten beiden: 'het is een leugen'. Het beest is verorberd. 
Hoeveel mij dat op zielsniveau deed kun je lezen in het gedicht dat ik toen maakte (ik was 17 jaar en zat in de 4e van de MAVO).



Gedicht opgedragen aan 'onze' haan (zwerfhaan).

Schuld

Haan, mijn schuld is het niet,
ik vind het zo erg,
ik hoop dat je dat inziet,
want mij gaat het door merg.

Haan, ik wens je een gelukkig leven,
ook al ben je misschien dood,
ik hield van je, het bleef me om het even,
maar bij ons in de tuin 'groeide je groot'.

Hond

Twee jaar later - ik had net eindexamen HAVO gedaan - kwam er een ander kort hoofdsukje in mjn leven. De Havo was net afgesloten. Het waren twee intensieve jaren. Omdat ik op lagere school en mavo voordurend pesten achter de rug had, waren het twee onwezenlijke jaren.
Eindelijk werd ik niet meer gepest. Een verademing! Maar mijn geest vertelde nog wat anders. Het zat nog zó in mijn systeem, dat ook de Havo geestelijk 2 jaren overleven waren. Iemand kan wel uit de oorlog zijn, maar dan is de oorlog nog niet uit die persoon. Het kwelde mijn ziel zo intens, dat ik in die jaren ook liever dood wilde. Een verplicht werkstuk voor eindexamen Nederlands deed ik dan ook over het onderwerp 'zelfdoding'. Ik wilde er alles over weten. Want ik wilde het zelf... 
Maar na die 2 jaar kwam toch ook het onvermijdelijke afscheid van die havo. Met mijn autisme ervaar ik elk afscheid zeer intens. Want ik kan niet loslaten. Zelfs al was een periode nog zo negatief, dan nog ben ik verscheurd van verdriet als ik moet loslaten. In die verdrietige fase zat ik. Het loslaten was heftiger dan de blijdschap van het geslaagd zijn. 
En ik wilde nog iets. Iets wat ik mijn hele leven al wilde: een hond! Maar mijn moeder wilde nooit! Eindelijk, met veel mitsen en maren, ging ze overstag. We togen naar het plaatselijke asiel en namen een prachthondje mee: Rakker! Maar Rakker plaste in huis. Dag één. Dag twee. Dag drie. Terwijl het toch al een beestje van 2 jaar oud was. Op dag drie was de maat bij mama vol en ging het beest terug naar het asiel. Ze had er zo haar buik van vol, dat er nooit meer een nieuwe hond kwam. 
De impact die deze gebeurtenis had, wederom in een gedicht beschreven in die tijd:



Zoals je zien kunt, heb ik in het gedicht zelfs een hele plattegrond getekend. Ik stond tussen het gebouw van de havo en een andere school/gymzaal in. Het was een paadje dat achter die havo langs liep. Daar was ik met Rakker langs gewandeld. Bij wat lokalen stilgestaan en gehuild. En Rakker gaf zijn allereerste blaf. Of hij het begreep!!! Mijn ziel had contact! Iets wat ik met mama nooit had....
(de havo kort ik af met de naam 'Vincent', want die heette: Vincent van Gogh Havo.)

Dit is het gedicht (voor wie het niet kan lezen):

Rakker

Er was eens een hond,
die heette Rakker,
het beestje was lief en kerngezond,
maar toch was het een stakker.

Hij was wit met rode vlekken,
het was een reu,
dus hij kon ook nog kindjes verwekken,
ik was hem nog lang niet beu!

Tóch moest hij weg,
mama werd er moe van,
wat had ik toch een pech,
en de tranen vloeiden over mijn wang.

Dit zal mij jaren heugen,
de eerstkomende dagen zijn vergald,
ik had me op zoveel willen verheugen,
al mijn toekomstdromen zijn verknald.

Maar één ding wil ik zeggen,
Rakker was van mij,
ik wilde hem nog zoveel zeggen,
maar nu staat hij niet meer aan mijn zij.

Rakker is nu bij een ander,
iets wat ik niet kan verdragen,
dat LIJKT misschien wel egoïstisch tegenover die ander, 
maar IK had hem graag willen liefkozen en plagen.

Maar één ding zal ik nóóit vergeten,
Rakker gaf zijn eerste blaf,
toen ik aan de achterkant van de 'Vincent' stond te janken, 
(omdat het verdriet nog lang niet is versleten);
het was toen net alsof Rakker mij begreep en zijn verlegenheid ging eraf. 


Ik denk dat zowel Haan als Hond voor mij best trauma's zijn. Omdat het beide beesten waren die wisten binnen te dringen in mijn autistische ziel. Het losrukken ervan was pijnlijk. 
De herinnering is zowel verdrietig als waardevol. Nu huil ik er niet meer om. Maar dat heb ik lang gedaan. Ik heb nu meer medelijden met het meisje dat ik toen was en de vrouw die ik nu ben (omdat het verdrietig is, als je ziel zo moeilijk contact kan maken). Een stukje zelf-compassie. Geen zelfmedelijden (ik ben niet zielig). Zelf-compassie kan ik laten verzorgen. Laten verzorgen door mijn Vader. En dat doet Hij liefdevol. Daarom huil ik hier ook niet meer om.




1 opmerking:

  1. Je bent een pracht vrouw. Wat kun jij goed naar jezelf kijken en de dingen benoemen 😘😘😘😘😘

    BeantwoordenVerwijderen