zaterdag 26 november 2016

Vrede is: in de oorlog rustig zijn.

Vrede is niet de afwezigheid van oorlog, maar in de oorlog rustig zijn. Die uitspraak hoorde ik vandaag. Poeh... is dat zo? Ik heb de laatste weken 3 blogs geplaatst, waarin ik in mijn/onze oorlog helemaal niet rustig was en/of bleef (http://kwetsbaarheid.blogspot.nl/2016/11/naar-de-kerk.htmlhttp://kwetsbaarheid.blogspot.nl/2016/11/niet-naar-de-kerk-gaan-gaat-niet-vanzelf.html en http://kwetsbaarheid.blogspot.nl/2016/11/het-totaal-niet-meer-overzien.html). 

Poeh.... doe ik het dan niet goed? Geloof ik niet goed genoeg, omdat ik zoveel onrust dan ervaar? Waar is God dan? Een dooddoener als ik met die onrust bij mensen ga klampen. Nou. Gelukkig laat ik me niet meer uit het veld slaan door zulke interne en externe vragen. Het werkt in mijn koppie gewoon anders. Van 'oorlog' (in mijn hoofd of in een relatie) raak ik dusdanig overprikkeld dat dat een garantie is voor nog meer oorlog (imploderend of exploderend). Knetterrood dus. 
Pas als ik weer toen kan worden komt die rust. Maar dan is meestal ook die oorlog voorbij. 

En toch denk ik dat er een kern van waarheid in die uitspraak zit. De rust zit hem daarin dat ik accepteer dat mijn koppie zó werkt dat oorlog (in- of extern) mij knetterrood maakt. Ik vecht daar minder tegen. Het gebeurd gewoon. Vervelend voor mezelf. Vervelend voor mijn naasten. Maar thats me. Punt. 

Om in te haken op de vraag van mensen of ik aan God niet genoeg heb... 
Die vraag is mij vaak gesteld. Vooral als ik als een molensteen om vervangende 'vaders' ga hangen en men geen ruimte om te ademen meer heeft. 
Ondertussen heb ik dat behoorlijk afgeleerd. Kennelijk moet ik aan God genoeg hebben en mag ik het niet van mensen verwachten. Door scha en schande wijs geworden, haal ik het merendeel van mijn voeding uit Hem en niet meer uit vreemde borsten. 

Ik las vanavond in bad in een oude EVA dit artikel. 
 

Wat een bevrijding en wat een erkenning. En dan vooral tussen 'Liefde is thuiskomen' en 'in liefde kun je wonen'.  
Als je mijn verhaal legt naast dat van Mirjam, dan heb ik met het verliezen van mijn vader vóór mijn derde ook duidelijk een tekort aan vaderliefde gehad. Op allerlei plekken probeer ik dan alsnog thuis te komen, want de liefde van God is mooi, maar God is God en een mens is een mens. God kan geen fysieke knuffel geven. Een vader/mens wel. Bovenaan in de derde kolom staat een mooi voorbeeld over die opwekking van die dode zoon. Die wordt teruggegeven aan de moeder. Jezus zegt niet: 'kom maar achter Mij aan, dan heb je genoeg!'. God zet je terug in die menselijke relatie waarbinnen Zijn liefde mag stromen. Daar heeft Hij menselijke, tastbare, aaibare mensen voor nodig. En ik ben mezelf juist gaan afleren om die behoefte nog te hebben. Dan zijn het afgoden. Aan God moet ik genoeg hebben. Zo'n soort kluizenaarsleven. 'Ik heb je nodig!', durf ik minder snel te uiten. 
Het is niet alleen een tekort aan vaderliefde in mijn leven. Het is ook op een andere manier liefde kunnen ontvangen door mijn autisme. Dat maakt ook dat ik me soms letterlijk afgesneden voel van die menselijke keten die Zijn liefde doorgeeft en laat stromen. Alsof ik daar buiten sta. 

Ervaar ik niks van God dan? Jazeker! Hij komt en openbaart zich in dromen, en zit soms precies als een Vader op mijn vaderloze plekje. Ik kan dat niet uitleggen. Maar het is mooi, warm, liefdevol, teder, zacht, geen opgejaagdheid. Dan erváár ik dat Hij Vader van de wezen is. Op een manier die rechtstreeks bij me binnenkomt: dromen, muziek. Of het niet eerst door filters van overprikkelde zintuigen hoeft, die dat proces verstoren. BAM. Als een speer in mijn ziel. En die Vader op dat vaderloze plekje kun je denk ik alleen snappen als je zelf zo'n plekje hebt. Dat is ook niet uit te leggen. 

Dus voor bovenstaand mechanisme van nooit thuis zijn (door vaderloosheid en autisme), voorziet Hij wel degelijk. Maar het is niet altijd genoeg. En Jezus weet dat. Die weet dat ik dan weer ga zoeken. En in dat zoeken, vindt Hij mij dan weer. Hoe mooi. 

Als ik niet afhankelijk ben van de zuurstof en voedsel die mensen me geven (net als een foetus afhankelijk is van de zuurstof en voedsel via de placenta), maar enkel en alleen mijn zuurstof en voedsel via Hem krijg (waardoor ik zonder claim op zuurstof en voedsel bij die ander kan genieten van de liefde die hij/zij doorgeeft), dan ben ik een soort van wedergeboren (zoals bij een gewone geboorte ook de zuurstof- en voedselvoorziening voortaan loopt via longen en darmen. Het hart verandert bij de geboorte. Er sluiten kleppen, waardoor de zuigeling niet eens meer terug kán naar het oude systeem van zuurstofvoorziening). 
Jezus verlangt ook die radicaliteit. Biologisch is half half niet mogelijk (de zuurstof én uit de placenta én uit de longen halen). Geestelijk ook niet. Je moet dagelijks kiezen (of soms zelfs elk uur) om je infuus rechtstreeks op Hem aan te sluiten. Maar ik denk dat we de volledige staat van wedergeboren zijn pas bereiken als we verlost zijn van deze gebroken wereld in barensnood. Ik denk dat we allemaal nog ergens in dat geboortekanaal hangen en Hij ons aan het einde als een ware verloskundige opvangt. Eindelijk enkel en alleen zuurstof via Hem en niet meer via placenta's om ons heen. Straks pas? Straks en dagelijks. Straks ten volle. En dagelijks, omdat we dagelijks naar al die aardse placenta's getrokken worden. En ik ben daar met mijn vaderloosheid en autisme wat gevoeliger voor. Mijn overtuiging is dan ook dat je voor wedergeboorte niet één moment kunt aanwijzen. Omdat je teruggetrokken blijft worden in dat andere systeem van ademhalen. Dat is onderdeel van de gebrokenheid. Wel verlang ik steeds meer naar die nieuwe manier van ademen als ik éénmaal ervaren heb hoeveel lucht dat geeft. Lucht. Ruimte. Dus ik maak makkelijker de stap terug naar dat nieuwe systeem. 
Mensen vragen ook wel eens aan me: 'ben je wedergeboren? Zo ja, hoe en wanneer?' Ik vind dat altijd zo'n lastige vraag.... juist omdat leven volgens dat nieuwe ademhalen een dagelijks aansluiten op Hem is. Wanneer was de eerste keer? Het geloof is me met de paplepel in gegoten. En als vaderloos meisje had ik al een sterk besef van Zijn Vaderliefde en troost. Zonder dat had ik mijn jeugd niet doorstaan. Hij hielp me overleven. Ik heb geen spectaculair bekeringsverhaal. En in de ogen van sommigen ben je dan geen wedergeboren Christen. Duh. Ik laat me elke dag opvangen door De Verloskundige. 

De Verloskundige die me helpt accepteren dat mijn koppie anders werkt. Groen worden na het rood is mijn rustig zijn om mijn oorlog.
Een andere manier van ademhalen helpt in het vrede hebben met een oorlog.

1 opmerking:

  1. Top !!!!! Ik zit op dit moment ook in " oorlog " bij mezelf maar ervaar ook zeker rust als ik het hem bij Hem neerleg en onthoudt 1 ding Ingeborg : jij bent geschapen naar Zijn beeld en ook nog eens Zijn unieke kind......koester je veilig in Zijn armen en wedergeboren.....is inderdaad een lastige vraag maar als je Hem aanvaard als je Redder, Vader en Toekomst JA dan mag je zeggen dat je wedergevoren bent
    Liefs Ingeborg

    BeantwoordenVerwijderen