zondag 5 maart 2017

Genadeklap



Het overkomt me vaker. Dat ik in de kerk zit en blijf haken bij de gedichten die tussen de liederen door in het liedboek staan. Bij ons in de kerk zingen we niet van de beamer, maar 'ouderwets' uit het Nieuwe Liedboek ('zingen en bidden in huis en kerk' is de ondertitel.) Tussen de liederen door staan er talloze gebeden en gedichten. De ene aansprekender dan de andere. Maar soms kom ik 'bij toeval' tijdens een dienst bij één van die gedichten uit. En blijf ik haken.
Dat was vandaag bij dit gedicht:



Spelbreker die beslag 
legt op mij en mijn leven,
voortaan ieder dag 
die gij me nog zult geven,
zal ik u haten, Gij, 
tot ge me kleingekregen
hebt met uw liefde, tot 
ik tegen dat gezag
ben uitgevochten, tegen 
die naam niets meer vermag
en uw genadeslag 
aanvaard heb als uw zegen,
god, stikdonkere god.


Het geeft voortreffelijk weer welke strijd ik dagelijks ga (wie niet?).
God stikdonkere God? Haten? Het zijn grote woorden.
Maar dat is het ook. Dagelijks heb ik mijn strijd te strijden in het loslaten van dingen, in plaats van alles zo krampachtig onder controle houden (om maar zo groen mogelijk te blijven). Vooral als ik die controle dreig te verliezen. Als ik me vastbijt in dingen, maar daardoor juist de grip kwijt raak. Help, oranje! En in plaats van los te laten, bijt ik me nog verder vast. In plaats van te zeggen, 'Pap, hier hebt U de hele zooi waarin ik me zo vastbijt, omdat ik de controle verlies', klem ik me nog vaster vast aan hetgeen me zo in de greep houd. Ik controleer computers, mensen, dingen, apparaten. Ze moeten doen wat ik wil dat ze doen. Want dan behoud ik het overzicht. En dan ben ik groen. Alsof het marionetten zijn. Pfff... Alleen verliezers. 
En die strijd voer ik dagelijks. Wekelijks. Maandelijks. Soms kleiner. Soms groter. Het is de strijd tussen vasthouden en loslaten. Loslaten in handen die álles onder controle heeft. Dus een veiligere plek is er niet. Om zo ver te komen. moet ik telkens eerst op een soort van nulpunt zijn om te beseffen dat capitulatie/overgave nodig is. Geen andere uitweg meer. Alsof Zijn hand er achter zit om me op dat nulpunt te brengen. Want Hij heeft me niets liever dan in Zijn handen. Tot die tijd is mijn natuur zélf vasthouden en komt Hij niet in beeld bij me (dat is dat haten). Totdat ik zó ver vecht met dat zelf alles vasthouden dat ik gekomen op dat nulpunt ineens Zijn liefdevolle hand zie en niets anders kan dan stoppen met vechten. Ik kan er niets meer tegenin brengen uit eigen kracht. Niet meer mijn (wils)kracht (en geloof me, want die is sterk), maar Zijn kracht. Dat is het punt waarop ik mijn neergang (genadeslag) - door Hem bewerkstelligt - als zegen beschouw. Omdat ik uiteindelijk rust vind bij Hem. Elke dag opnieuw mag ik deze beweging maken. Er moet niets. Ik mag ook blijven vechten. En alles op wilskracht blijven doen. Maar dan raak ik burnout, zoals enkele jaren terug het geval was. Ik mág die beweging maken. Want elke dag ben ik weer zo eigenwijs om alles zelf te willen controleren. In die toestand is God een stikdonkere God. Totdat mijn ziel weer rust vindt bij Hem. 

Ik kan úren bezig zijn met me iets vastbijten in iets (ik heb iets gehoord of gezien en móet het dan uitgezocht hebben, wat vaak helemaal niet lukt). Het proces hoe God me naar dat nulpunt van overgave leidt is eigenlijk heel erg mooi:

Loslaten. 
Dat is telkens weer een intern proces. Een proces waarbij niemand me kan helpen. Waarmee God me zelfs niet kan helpen. Ik moet het zelf doen. Me aan mensen vastklampen hierin heeft ook geen zin. Dat besef ik steeds beter. 
Als een kuiken op het punt staat uit het ei te komen en je helpt hem ermee door de schil open te breken, zal het kuiken vervolgens sterven. Het diertje moet zijn geboorte uit het ei zelf met zijn snavel doorworstelen. Deze training geeft de vogel kracht zodat hij in de buitenwereld kan functioneren. Hij zal sterven als je hem deze verantwoordelijkheid ontneemt. 
Zo helpt het ook niet als ik bij mensen zou gaan klampen. Ik moet zelf op zo'n avond weer door het proces van het letterlijk loslaten en overgeven. En ook God laat me vol liefde door dat proces gaan. Hij breekt mijn ei niet open, maar geeft mijzelf die verantwoordelijkheid. Hij dringt niet mijn grenzen binnen. 
Zo kan ik weer zélf de stap maken van het dwangmatig vast willen houden en een avond zwaar dwangmatig met iets bezig zijn naar loslaten en overgave (wat weer tot ontspanning leidt). Weer zelf uit mijn ei gekropen...  Tot de volgende keer dat ik me weer op iets vast ga pinnen. En ook dan mag ik zelf weer door dat proces heen.

 
Tot slot moest ik bij dat gedicht nog denken aan het gevecht van Jakob met Iemand. 

In het boek 'wat genade met je doet' van Max Lucado staat die worsteling van Jakob met die Iemand prachtig uitgelegd: 

     

Genesis 32:27: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’ 

Soms moet je heup er door ontwricht worden, wil je tot overgave komen. Of op een andere manier stilgezet. Grote en kleine nulpunten in mijn dagelijks leven. Ik kan er ondertussen aardig over meepraten. Makkelijk zal het nooit worden. Die dagelijkse weg van overgave. Maar het blijkt telkens weer een zegen.

In die zin hebben we allemaal onze Jabbok. Onze strijd om niet te verliezen. Ons gevecht met God en met onszelf. Ik laat U niet los, tenzij U mij zegent. En ik uw genadeklap aanvaard heb als uw zegen.
Je kunt er een klap van oplopen in je leven. Kreupel geslagen, aan genade en ongenade uitgeleverd – maar juist zo zijn we in de ogen van God overwinnaars. Meer dan overwinnaars. Glansrijk overwinnen we, door Hem die ons heeft liefgehad! Wat we nu moeten doorstaan, weegt niet op tegen wat aan ons geopenbaard zal worden.

Een prachtig vooruitzicht! Een prachtig vooruitzicht verwoord in een ontroerend commentaar op mijn 'carnavalsblog': 'Het feest waar je niet aan deel kon nemen. Buitengesloten. Er niet bij horend. Maar ik weet Justine er komt een groter feest. De bruidegom wacht op jou! Er is een dag waar jij al lang op wacht, een dag van blijdschap. Als heel de schepping word bevrijd!' 
Gelukkig weet ik dat ik daar niét op hoef te wachten, maar dat ik me - met tranen in mijn ogen (als ik de liefdevolle blik van die Bruidegom zie, ga ik vanzelf huilen) - dagelijks over mág geven in de armen van die Bruidegom. Stop met zelf te vechten. Stop met álles te willen controleren. Het put me uit. Ik maak er mezelf mee kapot. Dagelijks kruip ik zélf uit mijn ei. Een dagelijks geboren worden. Een proces van Hem haten naar Zijn genadeslag aanvaarden als Zijn zegen. 

2 opmerkingen:

  1. Mooi beschreven en je leert meer en meer los te laten, je eigen ding te doen en ik vind het prachtig om dat proces hoe moeilijk ook te mogen zien ❤️

    BeantwoordenVerwijderen