vrijdag 21 april 2017

Wat nu?

Afgelopen woensdag heb ik een tijdje bij de vijver staan kijken naar dit tafereel: 




'Mama, waar ben je nu?', schreef ik op FB. 

Ik was dat rondzwemmende meerkoetje toen mijn vader overleden was. Ik bleef hem zoeken. Ik bleef op de deurmat wachten of hij thuis kwam in het nest. Mama: 'hij is in de hemel'. Ik als 2-jarige: 'nee hoor, hij komt thuis, hij komt heus wiel tejug! (Ik kon de 'r' niet uitspreken),  steekt dan de sleutel in het slot en veegt zijn voeten en roep "hallo Inge!". 
Dat deed hij altijd. Het kon niet waar zijn dat hij niet meer door die deur kwam. Zó was mijn papa niet!!! 
Ik staarde wat naar de wolken wat in mijn beleving de hemel moest zijn. Want als hij niet door de deur kwam... kon ik hem daar dan zien? Ik denk dat in mijn ziel hetzelfde hartverscheurende piepje klonk als uit het keeltje van deze jonge meerkoet. 
Ik kwam weer terug op aarde toen ik 4 was. We woonden net weer in onze huidige woonplaats. Voor het eerst van mijn leven gingen we naar de Hema. Daar aangekomen keek ik zoekend rond en vroeg verwachtingsvol aan mama: 'waar is hij nou?'. Oef... wist ik veel wat een Hema was... maar het was iniedergeval geen hemel, wat ik wel dacht gehoord te hebben. Eindelijk bij papa op het nest! Oh nee... vanaf dan mocht ik leren zwemmen. Zonder papa. Een nest dat verstoord was, doordat er nog maar één ouder op zat. Een ouder die moest koesteren en wormen zoeken tegelijk. Dat is niet zoals het hoort en dat was in alle verhoudingen merkbaar en voelbaar tot op de dag van vandaag. Tussen mijn moeder en haar dochters en tussen de zussen onderling is sprake van scheefgroei en disharmonie. Het nest verstoord. 

Met dat meerkoetje kwam het goed. Hij/zij vond het nest. 




Je moet goed kijken. Dichterbij kon ik niet komen, want dan moest ik in het water gaan staan. 

Zoals gezegd kwam het bij mij niet goed. Het nest bleef incompleet. 'Papa, waar ben je nu?'

Als kind op school voelde ik me altijd anders. Juist doordat ik geen vader had. Scheidingen kwamen nog nauwelijks voor in die tijd in de jaren '70 (laat staan complexe situaties van samengestelde gezinnen). Dus het was echt een uitzonderingspositie. Een kind zonder vader. Ik kleide braaf mee met de asbakjes voor vaderdag en gaf hem op vaderdag aan mijn moeder, die ook een vaderrol vervulde op het nest. 

Ik voelde me als dit Vivit-pak in een vuilnisbak vol bierblikjes. 

 

Dit was een vuilnisbak in een natuurgebied. Ik voelde me ook enigszins een outsider toen ik de deksel opende en mijn pakje er inwierp (en tegelijkertijd al die blikjes zag). 

Ik ben nu op een leeftijd dat ik niet meer piepend rondzwem op zoek naar een papa... hoewel... het blijft een valkuil. 
Ik heb het gebroken nest verlaten. Zit nu zelf op een nest dat op een andere manier gebroken is. 

En als het me te veel wordt, dan klinkt er weer een schorre piep uit mijn keel. Dorstend naar een Papa. 
Een Taizé-lied zegt het zo: 
'Wij gaan de nacht door, het duister, op zoek naar het levend water.
Enkel de dorst zal ons licht zijn, enkel de dorst zal ons licht zijn.'. 

Pas als ik besef dat ik dorst heb naar Levend water - pas als tot me doordringt dat mijn levenslange zoektocht eigenlijk deze dorst is - , kom ik bij mijn hemelse Papa uit. Op een heerlijk nest, met allemaal broertjes en zusjes die ook bij Hem op dat nest zijn.  Mijn zoektocht die voelt als duister, blijkt licht te zijn als ik besef dat het dorst naar Hem is. En dan kom ik op een nest waar de gebrokenheid niet weggepoetst hoeft te worden maar in al zijn volheid omarmd mag worden. Leven in dat nest is leven in volheid mét alle emoties die daarbij horen.

1 opmerking: