maandag 19 juni 2017

Stil maar wacht maar


Afgelopen zaterdag was ik op de SELAH-vrouwendag 'dansen in de regen'.
Of ik genoten heb? Jazeker.
Ik heb genoten van Zijn merkbare aanwezigheid. Ook in/bij mij.
Ik heb niet veel mee-geschreven.
Op de één of andere manier was ik die ochtend niet fit opgestaan en was ik gewoon moe. De hele dag. Te moe. In de auto erheen had ik het gevoel dat ik daardoor ondoordringbaar was. Maar dat viel mee. Of tegen. Ligt er aan van welke kant je het bekijkt. Het eerste woord was nog niet gesproken vanaf het podium. Het eerste lied nog niet gezongen, of de waterlanders stroomden al over mijn wangen. En dat is de rest van de dag niet meer opgehouden. Alles, maar dan ook alles kwam zo diep binnen. En raakte snaren in het diepste van mijn wezen. Is dat leuk? Nee. Gebrokenheid is niet leuk. En als ik aan het einde van de dag om me heen keek, was er heel veel gebrokenheid. Veel huilende vrouwen. Veel vrouwen die snakken naar heling. Naar genezing. Al die gebroken vrouwen. Ik bad letterlijk over hen en mezelf uit 'hoe lang nog Heer'?

Maar in zeker opzicht was ik heel blij met mijn emoties. Viel het me dus mee dat ik niet zo ondoordringbaar was, als ik tevoren dacht. Als emoties bij mij niet kunnen stromen, ben ik roder. Ik was nu niet rood. Het moest er gewoon uit. En waar is het veiliger dan in een klimaat waar Hij zo voelbaar aanwezig is. Aan het begin van de dag werd er gezegd dat er in de zaal boven onze zaal de hele dag gebed plaatsvindt. En dat voelde ik. Al die negatieve krachten die om voorrang probeerden te strijden ketsten af tegen Zijn Liefde. Het was alsof ik die gebedsstrijd in mijn binnenste voelde. Misschien heeft Zijn kracht mijn traanbuizen wel wagenwijd opengezet die dag. Hij kon niets met een ondoordringbare ziel. Hij wilde open kanalen.

Ik kan niet meer woordelijk vertellen wat er gezegd werd. Daarvoor was ik teveel in mijn emotie. (Is weer eens wat anders dan in je hoofd zitten, zoals gebruikelijk). Ik kan me wel herinneren dat vlak voor de lunch het verhaal werd aangehaald dat Elia onder die braamstruik zat en later in de grot en dat er een engel kwam om hem te voeden. Hij mocht op krachten komen. Vlak daarna kwam onze lunch. Je wilt niet weten hoeveel liefde er in die lunch is gestoken voor 160 vrouwen. Zelfgemaakte slaatjes, waarvoor kilo's aardappels geschild zijn. Yoghurt in een leuk glazen potje. Vers gesneden fruit. Ik had - terwijl ik zat te eten - echt het gevoel dat dit ook door een engel aangereikt was. Ik mocht op krachten komen, na het ochtend-programma. Ik werd gezien, huilend onder mijn bremstruik. 'God - zóveel onrecht in mijn leven... Ik doe niet meer mee'. 'Eet wat, drink wat, anders is de weg te zwaar'. En daar stond mijn liefdesmaaltje.HEERlijk.

Toen begon het middagprogramma. Het eerste woord was nog niet gezegd, of daar kwamen weer de waterlanders.En weetje wat zo troostend was? De muziek van Peter en Carin van Essen, ondersteund door Eppo en Marlies. Geen drumstel er bij. Maar prachtige zang ondersteund door piano en viool. De teerheid van de muziek raakte me in de teerheid van mijn emoties.

Vervolgens kwam er iets ter sprake over 'stil maar wacht maar'. Bekend van dat kinderliedje. Er wordt de laatste jaren wat bagetaliserend over gedaan. Alsof het teveel een beroep doet op maar achterover leunen en wachten tot het volmaakte komt.
Maar daarmee ga je voorbij aan de troost die er vanuit gaat. Namelijk dat je mag weten dat er óóit een einde komt aan je tranen/lijden. Wanneer weet niemand. Maar het houdt een keer op.
En dat troostende vind ik de kracht van dit lied.
En ik ging terug naar het moment waar mijn moeder zoveel over verteld heeft (en ik uiteraard niet weet, maar wel in mijn ziel vóel). Dat is mijn doop, toen ik 4 maanden oud was. Toen ik werd gedoopt, zong een kinderkoor in de kerk 6 coupletten lang dit lied. Het schijnt zo te zijn, dat ik gedurende de gehele dienst alleen maar gehuild heb. Ik maar huilen. En die kinderen maar zingen 'stil maar, wacht maar'.

Uit de liturgie van mijn doopdienst in februari 1968:



1 Nu gaan de bloemen nog dood,
nu gaat de zon nog onder
en geen mens kan zonder,
water en zonder brood.

Refrein:
Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,
de hemel en de aarde.
Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,
de hemel en de aarde.

2 Nu ben je soms nog alleen. 
Nu moet je soms nog huilen. 
En als je weg wilt schuilen
kun je haast nergens heen.

Refrein:

3 Nu heb je nooit genoeg.
Nu blijf je steeds iets missen
en in het ongewisse
of je ooit krijgt wat je vroeg.

Refrein: 

4 Daar is geen zon en geen maan,
daar zal God ons verlichten.
Daar zullen alle gezichten,
vol van Zijn heerlijkheid staan.

Refrein:

5 Daar is geen dorst of verdriet.
Daar zal God ons omgeven. 
Daar is gelukkig leven
en het eindigt niet.

Refrein:

6 Zing voor de eeuwige dag,
zing voor Zijn komst en zeg amen.
Zing voor de Heer die ons samen,
daar al van eeuwigheid zag.

Ik hoorde er zo over vertellen op die vrouwendag en het was net of ik mezelf als die huilende baby bij dat doopvont voor me zag en dat ik toen al uithuilde hoe couplet 2 en 3 de (dagelijkse) werkelijkheid van mijn leven zou worden (met mijn autisme,wat toen natuurlijk nog niemand wist).

Maar tegelijkertijd zong dat kinderkoor door. En kwam uit bij couplet 6. De laatste regel 'zing voor de Heer die ons samen daar al van eeuwigheid zag'. Het is geen lied van achterover leunen en wachten tot het volmaakte komt. Met Jezus heb je nú al toegang tot een stukje van die volmaaktheid. Deze laatste zin staat in de verleden tijd. Hij zág me al. Hij - als Vader van de verloren dochter - staat gewoon elke dag op de uitkijk. Couplet 6 is een welkom thuis/ eindelijk thuis bij de Vader voor mijn gebroken hart uit couplet 2 en 3.

En zolang ik hier op aarde leef, blijft couplet 2 en 3 mijn gebroken werkelijkheid.

Tijdens mijn schoolperiode zó ontzettend veel gepest en buitengesloten. Buitengesloten worden en genegeerd worden, is bijna het ergste wat je als mens mee kunt maken. Maar als je denkt dat is verleden, dat ligt achter je, laat los... Dan heb je het mis. Dat genegeerd worden, gebeurd ook in mijn huidige leven. Met hele andere motieven. Geen kwaadwillende motieven. Maar het effect is gewoon hetzelfde. Volwassen mensen. Waar je een vraag aan stelt. Waar je mail aan stuurt. Waar je een reactie geeft op iets. En waar het dan een dikke vette stilte blijft. Omdat dit mensen zijn die volgens hun zeggen niet met mijn autisme om kunnen gaan. Want het verleden heeft helaas uitgewezen dat ik teveel over grenzen ging. Dat ik ging claimen om antwoorden. En dik vet rood werd als het antwoord niet kwam. En dus heb ik naar/voor zulke mensen plannen die dit proberen te voorkómen. Plannen die mijn impuls om zo iemand te contacten - via wélk kanaal dan ook - de kop in moet drukken (omdat vóór dat ze wisten dat ik autistisch was en ze met mijn autistische gedrag geconfronteerd werden er wel gewoon contact was. Mensen waar ik mee gepraat heb, die terugspraken/schreven tegen me. Die hele levensverhalen van me gehoord hebben) . Want als ik niet contact hoef ik ook niet afhankelijk te zijn (en in het slechtste geval rood te worden) van de antwoorden die niet komen.

Maar überhaupt het feit dat het nodig is, is al zóooooo verdrietig.... Ik moet een plan hebben,omdat een volwassen mens een ander volwassen mens 'negeert' (al is het motief nog zo nobel). Door dat klote gore kut autisme van me... Daar moet je boven staan, hoor ik mijn lezers al zeggen. Maar ik kán niet zeggen 'sodemieter maar op Jan en Piet'. Daarvoor houd ik teveel van die Jannen en Pieten. Ik kán zo niet zijn. Dat zij de beslissing nemen om mij te 'negeren', omdat wel antwoorden kennelijk iets is wat ik niet aan zou kunnen (omdat het in het verleden mis ging), ligt bij hen. Ze hebben de vrijheid dat ze niet de moeite nemen om te ontdekken dat ik ook dáárin met al mijn plannen gegroeid kan zijn (vandaar mijn plaatje aan het begin van deze blog). Die vrijheid hebben ze. Dus ik claim geen enkel antwoord meer.

Als ik - als volwassen persoon - een vraag mail en zij nemen als volwassen persoon de beslissing om deze volwassen persoon niet te beantwoorden, dan mag dat.... Maar alleen al het feit dat kennelijk deze beslissing nodig is.... (volgens hen dan.... ). Dat zij denken dat ik met mijn autisme een volwassen GESPREK niet aankan. Dus het is nog goedbedoeld ook.... dat 'negeren'.

Autisme... het is mijn zijn waardoor ik op sociaal en communicatief vlak anders ben. Maar 'genegeerd' worden, komt rechtstreeks als een zwaard dat zijn binnen. En dus heb ik plannen die voorkomen dat dat zwaard binnen kan komen. Maar het feit al dat dat nodig is... Dat mensen de vrije keus maken om mij niet te zien in mijn volwassenheid, waardigheid en heelheid. Hoewel dat van hun uit juist wél gezien wordt als respect. Respect voor mijn handicap. Waar ze verder niets mee kunnen en ze willen me niet (verder) schaden, dus blijven ze stil. En het idee is dat ik zélf moet inzien dat ik zó gebroken ben dat communicatie met hen niet kan (niet beseffend dat juist dat negeren nog veel meer schaadt dan wel communiceren -  zelfs als ik er helemaal niet rood van wordt (van dat negeren), en het maar draag en accepteer dat die mensen dat doen (want als ik tegensputter, dan heet het dat ik weer te afhankelijk ben van hun antwoorden. Terwijl dat niet de reden is van tegensputteren. Dat tegensputteren is meer een opkomen voor mijzelf, voor mijn waardigheid als méns (en dus niet als autist))

Maar het is allemaal van hún uit geredeneerd. Het zijn hún conclusies. Allemaal nog uitgaande van een periode dat het gierend misging. Ik bén niet afhankelijk van reacties.Die vrije keus mógen ze maken. Maar het punt is dat ik niet zó gebroken ben dat communicatie met mij en anderen niet kan. Dat kan ik best. En daarin heb ik juist veel minder verwachtingen dan vroeger. Omdat ik mezelf zoveel beter ken. Met dat rood/oranje/groen. Ondanks de gebrokenheid van mijn handicap heb ik steeds meer tools om met die gebrokenheid om te gaan. En toch blijft de vrije keus gemaakt worden me te negeren. En ja,dat doet pijn. Gierend pijn. Genegeerd worden om/ door een handicap.... het snijdt door je ziel... Het voelt zo machteloos.... die handicap gaat nooit weg. Dus dat goed bedoelde negeren ook niet?  Járen bid ik om licht hierin.... En dat licht zou komen. Maar het uiterlijke resultaat is hetzelfde als jaren terug. Waaróm?



Nooit meer zó. Nooit meer. Maar dat lijkt tot sommige anderen niet door te dringen. Dat een autist óók het vermogen tot persoonlijke groei heeft...

Het voelt als onrecht om genegeerd te worden, hoe nobel het motief ook is. Een leven van uitsluiting. Letterlijk een leven lang. Dat hele leven heb ik er zaterdag uitgehuild. U ziet me toch??? Ja, natuurlijk ziet Hij me. Daar twijfel ik geen moment aan. Hij zag het vroeger. Hij ziet het nu. Het er uit huilen overkwam me gewoon. Ik heb gewoon mijn levenslange uitsluiting in mijn ziel voorbij vóelen komen. En God liet me zien dat ik - ongeacht mijn autistisch zijn - een volwassen, sterke vrouw ben. Dat mensen naar mijn handicap kijken. Naar mijn mens-zijn gekleurd door mijn handicap. Omdat ik autistisch ben, ben ik helemaal blauw. Mijn zijn is doordrenkt van die autistische verf. Maar God liet zien wat daaronder zat. Een sterke, vrouw, smetteloos wit. Hij liet me zien dat ik niet alleen hoef te bidden voor dat onrecht dat ik ervaar, maar dat ik er ook tegen op mag staan. Dit hoef ik niet mee te maken. Als mensen de vrije keus maken me te negeren, vanuit welk nobel motief dan ook, dan komen ze aan een Gods-kind. Aan een volwassen mens dat volwassen benaderd mág (niet moet!!!) worden, omdat het in de hand van God doordrenkt is van een witte smetteloze verf. Ik mag opstaan als die smetteloze dochter van Hem. Ik hoef niet als een weerloos slachtoffer dat negeren over me heen te laten komen, en plannetjes hanteren om maar niet in de positie van dat slachtoffer te hoeven komen. Daarmee wordt téveel verantwoordelijkheid bij mij gelegd, waar de ander ook echt een aandeel heeft. Als de ander het aandurft mij niet meer als blauw, gebroken mens te zien, maar daar doorheen het wit ziet schijnen en dáárnaar handelt, hoef ik ook niet meer in de positie van slachtoffer te komen. Dan ben je gelijkwaardig medemens van elkaar. Dat met respect met elkáár omgaat. En bij respect hoort ook geen negeren. Hoe nobel het motief ook is.


Ik sluit af met mijzelf in mijn doopjurk. In de handen van mijn twee zussen (uiterst links en uiterst rechts) en een voor mij onbekende derde. 

De realiteit van couplet 2 en 3 van bovenstaand lied al in mijn systeem. Maar in het smetteloos wit. 
In het smetteloos wit in handen van mijn Vader, die al op de uitkijk stónd. En zo zijn al mijn broertjes en zusjes (we zijn allemaal kind van Hem, al weet niet iedereen dat) in Hem smetteloos wit. En vanuit dié positie wil ik met mijn medemens om gaan. Of iemand nu kanker heeft, parkinson heeft, man is, een vlotte spreker is, of hoogsensitief is. Heb ik ook allemaal geen verstand van (vooral van die mannen niet ;-) ). Maar als smetteloos wit medemens, valt dat allemaal weg en hóef ik er ook geen verstand van te hebben. Dan is het gewoon mijn smetteloos witte medemens. En ik hoop dat dat steeds vaker en meer wederzijds mag zijn. Dat is mijn respectvolle uitnodiging aan de mensen die zich herkennen in wat ik schrijf.

4 opmerkingen:

  1. Lieve Ingeborg..Hij bewaart jouw tranen in een fles..tot de laatste van je ogen worden afgewist...Knuffel van mij

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat fijn Ingeborg dat God jouw ziel heeft geraakt op de Selahdag. Dat er in de emoties en door de tranen weer heling tot stand mag komen. Fijn om te lezen dat je hebt mogen ontvangen.
    Be blessed Selahzus! Xx

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Wat open en kwetsbaar! RESPECT verdien je van top tot teen van iedereen!!!

    BeantwoordenVerwijderen