zondag 23 juli 2017

Mijn inner-wereld

Op het moment dat ik dit schrijf, verblijf ik behoorlijk in mijn inner-wereld. Ondanks het feit dat er mensen om me heen zijn, zwerf ik rond in mijn eigen ziel. In mijn eigen hoofd. Met mijn eigen stemmen. Met mijn eigen theorieën. Met mijn eigen vragen. Met mijn eigen boeken, waarmee ik mezelf kan bevragen. Met mijn eigen twijfels. Met mijn eigen wanhoop. Met mijn eigen pijn. 

In de kerk vanochtend ging het over de film Cast Away. Voor degenen die de film niet kennen, hier meer info: https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Cast_Away

Die Chuck maakt op dat eiland waar hij neergestort is - en probeert te overleven - één van de pakketjes open. Daar zit een bal in van het merk Wilson. En zo noemt hij de bal ook, die zijn vriend wordt. 

 

Hij praat ook met deze 'vriend' om de eenzaamheid te verdrijven. En het werkt. Voor een tijdje. Tot Wilson hem ontnomen wordt in een heftige storm. Radeloos. 

Mijn innerwereld voelt als een Wilson. Zoals ik met en in mijn inner-wereld leef, voelt het ook of dat iets buiten mij is. Iets wat je aan kunt raken, wat je kunt bevragen, wat een eigen naam heeft. Mijn inner-wereld is een Wilson. Ik dwaal er in weg en kan me zo afsluiten voor prikkels van buiten af. 
En dat doe ik temidden van mijn gezin. Temidden van een groep. Temidden van de kerk. 
Wel aanwezig, maar geen contact. 
Want weetje hoe het met contacten zit? 

Mensen houden van me, hebben me lief, gaan met me om, tonen belangstelling in mijn verhaal, sturen berichtjes uit bewogenheid... totdat zij zich niet meer lekker voelen met mijn aanwezigheid. Mijn aanwezigheid knelt. En net als met knellende kleding... die werp je uit. Zodra ik - als zijnde kleding - niet zo fijn meer voel in hun leven, is er afstand, ontvriending, of op zijn minst maar niet meer lezen wat ik schrijf (in blogs bijvoorbeeld). Alleen nog de leuke - laagdrempelige dingen willen zien. Ze kunnen me liefhebben totdat ik knel aan hun ziel... Dat beseffen ze in het begin van het contact nog niet dat dat gaat gebeuren. Daarom staan ze nog zo open voor me. Maar vroeg of laat komt het moment dat ze mijn aanwezigheid als een knellende band ervaren. Zonder die knelling kunnen ze van me houden. Maar zodra die knelling komt, verwaterd het contact tot een zeer oppervlakkige relatie. 
Zo voorwaardelijk is liefde. 

Ik leer daar zelf wel losser mee om te gaan. Ik ben toch niet afhankelijk van mensen die alleen van me houden zonder die knelling? Kom nou! Ik ben geliefd. Hoe dan ook. Dat is mijn basis. Hij oordeelt en niet deze mensen die - alleen als ik een fijne persoonlijkheid voor hen ben - , van me houden? Als ik me daarvan afhankelijk maak, ben ik erg beklagenswaardig. 

Maar toch is het in mijn inner-wereld rondzwerven ook een soort van overlevingsstrategie. Wetende dat mijn persoonlijkheid er voor zorgt dat ik ga knellen, leef ik het leven met mijn eigen ziel/Wilson. En dat deed ik al heel jong. 

Maar het voelt wel als een verdrietig/eenzaam leven. Een leven met veel tranen en pijn. We zongen vanochtend een lied behorend bij Psalm 91. Dit was het derde vers: 

 

Er is zoveel ongeuit verdriet in die inner-wereld. Oceanen aan tranen vol. De pijn van niet-begrepen zijn. Mezelf als knellend voorwerp. En dan deze woorden: 'Hij zal een nieuw hemel bouwen om hun tranen heen'. 
Ook met mijn eigen persoonlijke Wilson val ik niet uit Zijn hand. Want Zijn liefde naar mij is onvoorwaardelijk. Al sta ik nog zo stampvoetend aan de hemelpoort, Hij zal het nooit als een knelling ervaren. Of wel, maar Zijn hart en handen gaan dan nog wijder open staan. Hij werpt mij niet - als knellende kleding - uit, maar trekt het juist aan. Identificeert zich ermee. Wat een liefde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten