vrijdag 8 september 2017

Zeg het met heel veel hartjes.



Vandaag gekleurd. En een cake gebakken. 




Het was proberen groen te worden, tussen hele rode momenten door. 
Gisteren (donderdag) lukte het me nog. Om groen te blijven. Tot de avond. 
Vandaag (vrijdag) een stuk rooier. En dan is het alle zeilen bijzetten en hard werken om groen te worden en dat weer voor even te blijven. 
Mijn leven bestaat uit hard werken. Niet van dingen doen. Maar vooral opletten wát je doet. 

Vandaag veel rood. En vind ik dat erg? Misschien het rood op zich niet. Ik accepteer steeds meer en beter dat het iets is dat bij mij hoort. De momenten van gierende paniek. Eigenlijk om niets. Om niet-geleegde prullenbakken. 

Dat ik steeds beter met mijn beperking om kan gaan, schreef ik eerder deze week in een FB-post, horend bij een pagina uit het boek Soulfulness:  
Zoooo herkenbaar... 
Continu streven naar een perfecte status die je nooit bereikt. Zeker vlak na Vincents diagnose in 2003. Als hij beter zou zijn, dan zou ik meer rust ervaren, dan zou ik meer vertrouwen in God kunnen opbrengen, als hij kan praten, als hij zindelijk is, als, als, als.
Ook met betrekking tot mezelf. Zó uitgeput dat mijn perfecte ideaal zelfs zou zijn als ik fysiek bij Hem was. Dan is alles opgelost.
Als 'hét' ( = alles wat gebroken is) maar weg is. Gebed om genezing (Hij kán het toch... Ja Hij kan het, maar doet het vaak niet, juist uit liefde), alternatieve geneeswijzen.
Maar het is inderdaad bevrijdend dat het leven júist goed is als je accepteert dat hét niet weg hoeft, maar er gewoon is. Zelfs mijn roodheid. Als je het omarmt ben je niet gelukkiger, maar ervaar je wel meer shalom.
Zeker nu ik een - over het algemeen - groener leven heb en dat ook probeer te houden. Daarmee voorkom je zeker niet alle rood. Maar toen ik nog een extreem rood leven leidde (gewoon omdat me de kennis ontbrak hoe het werkte bij mij van binnen), kon ik deze shalom niet voelen. Ik kon daar eenvoudigweg geen contact mee maken door mijn autisme. Nu gelukkig wel. En het mooie: Bij het ervaren van meer shalom is het verlangen om fysiek bij Hem te zijn sterk afgenomen. Omdat ik juist nu ervaar dat Hij bij mij is.
Shalom. Ik wens het ook jullie toe.


 

Maar... wat maakt mijn rood wel diep verdrietig en eenzaam??? Ik heb het in meerdere blogs al uitgelegd. Zoals een tijdje terug in de blog 'zwembadsoap'. Het verdrietige is dat mijn man er niet mee kan dealen. Het lukt hem maar niet... En als hij zo niet-stabiel en provocerend reageert op mijn rood, dan prikken terplekke de tranen achter mijn ogen... Het voelt als een dolksteek op zo'n moment... 

De dominee zei het afgelopen maandag nog, toen hij bij me op bezoek was: 'op zo'n moment heb je een stabiel en rustig iemand naast je nodig'. (iemand die erkenning geeft voor de emotie (die mag er zijn!!!) en tegelijkertijd gerust stelt). Misschien dat ik daarom instinctief in mijn leven probeer(de) hulp te zoeken bij stabiele en rustige mensen. Maar die zijn niet blijvend. Mijn man is het tegendeel van wat ik nodig heb... en dat is geen oordeel of verwijt naar hem, maar dealen met ook zíjn beperking (naast het dealen met mijn eigen beperking): wat mij maar zo moeilijk lukt... Op de diepste pijn (het rood), komt ook nog eens die dolksteek... Hoe kan ik daarmee dealen??? 

Het schiet dan door mijn hoofd... waarom ben ik zo'n instabiele man getrouwd??? Waarom niet? Omdat we ons toch in onze gezamenlijke onrust tot elkaar aangetrokken voelde? Als we - met de autisme-kennis van nu - terugkijken naar geslachten voor mij, zijn er velen autistisch en trouwde de ene autist met de andere. Waarom? Omdat je instinctief aanvoelt dat je bij die ander dan niet op je tenen hoeft te lopen en coopinggedrag niet nodig is. Een soort gevoel van veiligheid bij de ander. Zo is mama ook papa getrouwd (die achteraf ook echt autistisch was). En mama is er ook niet vrij van... ze vertelt zelf dat ze bij een eerdere vriend zich niet prettig/veilig voelde. Maar bij papa wel. Ze kon zichzelf zijn. Mét haar sociale angsten. 
En zo ben ik ook bij mijn man gekomen. Twee einzelgängers, die zich veilig genoeg bij elkaar voelen om - vaak naast elkaar - verder te gaan. 
Een soort van soort zoekt soort... 

Maar voor mijn rood-aanvallen heb ik geen eigen-soort nodig. Maar juist een tegenpool. Iemand die me de ruimte geeft om uit te razen. Tot de bui weer over is. En me toch in zekere mate rustig nabij blijft in die nood. Maar zo iemand is er niet... en daarmee dealen vin ik nog moeilijke dan met mezelf dealen... 

Afgelopen woensdag las ik nog dit stukje in het ND: 

 

Wat mij trof: we zijn allemaal kwetsbaar. Maar je hebt mensen die dat weten en mensen die er te trots voor zijn om dat te willen weten. Of er eenvoudigweg niet over nadenken. Als je beseft dat je kwetsbaar bent, ben je sterk. Sinds ik mijn eigen kwetsbaarheden beter ken, voel ik me steeds sterker. Ondanks die kwetsbaarheden... Maar als je dat niet beseft... Of er niets mee kunt... Dan wordt het lastig... 

Ik besef ook maar al te goed dat het voor mijn man niet gemakkelijk is om rustig te blijven... Een schreeuwende vrouw op een meter afstand van je. Een vluchtende vrouw. Het zijn voor hem ook geen kleine dingen... Maar stabiliteit zit ook niet in zijn aard. 
Dat is zijn kwetsbaarheid. En dat weet hij ook. Maar ik kan er niet mee dealen. En hij zelf ook niet. Hij wil anders, maar kan niet anders en verdedigt zichzelf dan honderdvoud... uitleggingen waarom zijn niet-rustige gedrag gerechtvaardigd was. 
En ik vraag me vertwijfeld af: waarom??? En voel de steek van de dolk tot diep in mijn hart...

Een hart dat het uitschreeuwt... met heel veel hartjes.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten