vrijdag 3 november 2017

Zaaien en oogsten

De belangrijkste les die ik een tijd terug leerde uit het boek Grenzen was 'de wet van zaaien en oogsten'. 
Daarmee valt voor mij gelijk hemel en hel op zijn plek, want door je gedrag nú, maak je je eigen leven tot een hel óf tot ern hemel. 
Ja, ook anderen kunnen je leven tot een hel maken... althans... de manier hoe je er mee omgaat / er op reageert, máákt het tot een hel. 

Ik heb een aantal Bijbel-apps op mijn telefoon. 
En vanmorgen kwam dit in beeld: 

 

Zo'n losse tekst is voor mij vaak een uitnodiging de context te gaan lezen. Zo ben ik Spreuken hoofdstuk 22 en 23 gaan lezen. 
Als je een bijbel hebt, wil ik je daartoe ook uitnodigen. Het zijn complete lessen hoe je het beste om kan gaan met anderen. Ook met anderen die voor jou het leven niet zo leuk maken. 

Zo las ik in Spreuken 22:8 'Wie onheil zaait, zal onheil oogsten, de stok waarmee hij slaat, zal hem te gronde richten.'  
Één van de vele lessen uit deze twee hoofdstukken. 

En ó, wat ben ik geneigd om met een figuurlijke stok te gaan slaan als mij onrecht is gedaan. Onrecht van járen her. Of wat ik als onrecht erváren heb... 
In plaats van het oordeel aan God over te laten, ga ik op de stoel van de Rechter zitten en ben alleen maar bezig om te bedenken hoe ik het meest doeltreffend met die stok kan slaan. Die ander móet boeten voor het onrecht dat hij deed. Ja, in theorie weet ik dat ik dat aan God over moet laten. Maar mijn gevoel van onrecht, verlatenheid, onbegrepenheid, etc. drijft me letterlijk tot andere ideeën. Dat ik daarmee feitelijk bezig ben om mezelf te gronde te richten, heb ik nauwelijks door. Ik verdoe mijn tijd. Het gaat ten koste van aandacht voor gezin en vrienden. Het kost negatieve energie en wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in. En ik maar uren graven... Uren. Dagen. Maanden. Zelfs járen!! (met mijn vasthoudendheid...). 

Ik moet ook denken aan deze tekst uit 1 Korinthiërs 3: 
'Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, 11want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf. 12Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, 13van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. 14Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. 15Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen.'

Uiteindelijk zal Gods genade het slechte van ons afhouwen. Al die verwoede pogingen om met hout, hooi en stro te bouwen. Al die uren, dagen, maanden, jaren die ik verdoe om voor eigen rechter te spelen. Uiteindelijk laat ik daarmee niet een ander boeten, maar mezelf. 
Het is letterlijk zonde: ik mis dan mijn doel/bestemming namelijk. Mijn doel is een leven gebouwd met goud, zilver en edelstenen. Op Vaders grond. 
Uit pure nood kan ik echt gemeen worden... Wil ik anderen te gronde richten en vraag daar nog Gods zegen over ook. 'Pap, U ziet Uw kind en de nood toch? U ziet dat onrecht toch? Dan wilt U het vast zegenen als ik in Uw naam wat aan dat onrecht ga doen'. (Zo zijn overigens ook veel oorlogen begonnen...). Maar eigenlijk ben ik dan bezig het pistool op mezelf te richten. Ik doe er mezelf pijn mee. Terwijl ik in ontspanning zou kúnnen leven, als ik het oordeel bij Hem laat en ga vertrouwen dat Hij recht doet. Hoe en wanneer is dan niet meer aan mij. Maar: JA, Hij ziet het onrecht wel degelijk. 
Dat me dat niet lukt is pure onmacht. Ook dat ziet Hij. Op Zijn dag - de dag van het oordeel - zal mijn uit onmacht gebouwde hutjes verbrand worden. Wat dan overblijft is de mens die Hij allang voor ogen had dat ik zou zijn. En hoe Hij me al die tijd al gezien heeft: rein, puur, heilig. Weg met de hellen die ik voor mezelf gebouwd heb. Wat er voor terugkomt is een paleis van goud, zilver en edelstenen. 

En ik mag er elke dag voor kiezen om nú al in die hemel te leven. 
En elke dag dat me dat wéér niet lukt... omdat ik zo vreselijk vasthoudend ben - is zonde. Zonde voor mezelf. Maar ik ben er geen cent minder geliefd door. En elk volgend moment krijg ik - zolang mij leven is gegeven - uit genade wéér de kans om met andere materialen te bouwen. 
Kon ik die ander maar eens die ander laten. Al diegenen die me onrecht deden... Want ik kan van alles bedenken om te wreken. Maar uiteindelijk ben ik dan zelf degene die onrecht begaat. En daarmee het onheil over mezelf afroepend. Diepe lessen die ik vanochtend mocht leren uit genoemde hoofdstukken uit het Bijbelboek Spreuken. 

Als ik in de ontspanning leer leven dat Hij oordeelt en rechtspreekt, dan kan ik ook kalm op onrecht reageren. Want dan voelt het of ik mag rusten bij Mijn Papa. Mijn Papa die sterk genoeg is om het voor me op te nenen. Misschien is dat ook wel wat het zo moeilijk voor me maakt om het aan Hem over te geven. Dat ik vanaf mijn tweede niet meer dat voorbeeld van een eigen vader heb. Vaders die sterk zijn, beschermen, het voor je opnemen, je op de schouders tillen. Boven alle gevaar uit. Ik heb dat nooit mogen oefenen... Nooit kúnnen oefenen... Naar 'een papa rennen, die de sterkste van alle papa's is...'. Op de schouders bij Papa, kan ik veilig genoeg zijn om kalm op onrecht te reageren. Pap, til me als een sterke Vader hoog uit boven al wat mij benauwt en benauwd heeft. Wandel met mij maar over die beukende golven van onrecht. Om de zee spiegelglad te laten worden. 
Terwijl ik dit schrijf, voel ik de rust over me komen.




1 opmerking: