donderdag 7 december 2017

Zoveel en zó complex...

Wat een complexe ochtend...
Het begon al met een berichtje van iemand wiens foto ik ongevraagd gebruikt heb. Dat komt omdat ik in een impuls zo'n blog schrijf. Mijn hoofd stroomt over en het móet er dan uit om rustig de nacht in te kunnen. Een blog als emotie-regulatie. En eigenlijk zijn in mijn hoofd dan al 40 stappen gepasseerd. Waaronder de mogelijkheid om het te vragen. Maar gezien het tijdstip dat het mijn hoofd uitgeschreven moest worden, was de kans vrij klein dat ik er nog een antwoord op zou krijgen. En wachten op een antwoord, kon mijn exploderende hoofd niet aan. Er moest op dat moment druk van die ketel. Dus vanochtend schreef ze of ik het niet beter had kunnen vragen. Tja... Schoorvoetend kwam van mij de vraag of ze boos was...?... Een vraag die ik haar nauwelijks durfde stellen...
Los van de vraag waarom altijd zo bang ben dat iedereen boos is, is de vraag waarom ik de ene bijna de huid vol durf te schelden, grenzen over ga als ik dingen wil weten en dat ik bij de andere persoon, verlam, verkramp, in mijn schulp kruip. Terwijl zulke vragen wel spelen ('ben je boos', of vragen om verbanden). Ik vraag ze niet.
Jet heeft te maken met hoe veilig iemand vóelt.
Het zijn vooral wat dominantere mensen - mensen met overwicht - mensen die een dominantere functie hebben - waar ik me terugtrek en bescheiden opstel. Het muurbloempje dat niet tevoorschijn durft te komen. Vandaar ook het verschil in beleving van mensen omtrent mijn gedrag. Mensen die 'nergens' last van hebben met betrekking tot mij... Dat zijn de mensen waar ik nog geen jas van mezelf uit heb durven trekken. Of hooguit één laag. Maar wat daaronder zit... Het mooie én het lastige... Is voor hen onzichtbaar.
Dat wekt al snel de suggestie dat als ik bij Z wel claim, verbanden wil weten, etc. en dat bij Y nauwelijks gebeurt dat ik kennelijk Z zo belangrijk maak. Alsof Z de uitzonderingspositie heeft en de rest niet.
Nee. Nee. Nee.
De Z-mensen zijn de mensen waar ik veilig genoeg ben en was om al mijn jassen uit te trekken. Maar ja... Wat daaronder vandaan kwam... Een zwaar beschadigd mens...
De meeste Z-mensen gaan daardoor noodgedwongen opschuiven naar het gedrag van mensen waar ik me niet anders dan als een muurbloempje durf te gedragen. Ze moeten wel... Dat snap ik... Tegelijkertijd maakt dat me ook weer bang. Ontstaat er vandaaruit verzet. Waar het veilig genoeg was om zonder jassen te lopen, moeten daar nu ook jassen aan. En dat wil je niet. Een ziel wil niets liever dan tevoorschijn komen.
Waardoor mijn ziel in het nauw weer andere plekken gaat zoeken. Heel erg tastend op gevoel. Op aanvoelen... Durf ik bij jou die jas uit te doen?
Met als gevolg dat ik jassen uittrek op plekken waar het niet gewenst is, of ze aanhoudt waar ze uitkunnen. Behalve proberen te voelen vanbinnen hoe veilig een persoonlijkheid voelt, voel ik niet aan wat wel kan en gepast is en wat niet. En gooi ik mijn hele doopsel in één grote waterval op tafel als ik maar enigszins die veiligheid voel. Terwijl een ander nauwelijks mijn echte ik zal zien. Waarbij ik vooral afkets op mensen in een functie of dominantie.

Vandaag had ik samen met de consulent van dit Koningskind en de WLZ consulente van MEE (die ik voor het eerst zag) een gesprek over onze droomplek voor Vincent.
Ze voelde veilig. Dus alles - ook alle pijn - kwam er als een waterval uit. En dat is goed. Want ze gaat echt haar best doen om dingen aan te pakken, uit te zoeken en het in hapklare brokken (voor mijn overzicht) samen te doorworstelen. Iets wat echt tijd gaat vergen. De droomplek is er nog niet. Maar het begin voelt goed. Veilig. Vertrouwd.
Maar er was ook verdriet. Intens verdriet. De ernstig gehandicapte dochter van de consulent van dit Koningskind (die al niet meer thuis woont) was ziek. Zó ziek, dat hij halverwege ons gesprek van de arts een telefoontje kreeg dat ze terminaal is en het een kwestie van dagen is... Terugschakelen naar ons gesprek lukte hem vanzelfsprekend niet meer. Hij vertrok. En mijn ziel schreeuwt het uit naar boven: Waarom zó intens veel gebrokenheid? Daar. Bij ons. Bij anderen. Heer ontferm U. Maar nog dieper de roep: Maranatha. Kom spoedig Heer!

Het is zóveel allemaal.
Mijn hele leven voortdurend bij iedereen in een flits de afweging maken of ik het gedrag van een muurbloempje moet vertonen of ik me veilig genoeg voel om jassen uit te doen. Dat achteraf vaak een verkeerde beslissing is. Te kwetsbaar geweest op plekken waar dat niet zo handig was. Of grenzen niet voelend. De ene kant uit niet en de andere kant uit niet. Of grenzen later aangebracht. Omdat het niet de juiste plek bleek voor mijn kwetsbaarheid.
Pffff... Zó gebroken.. Maar ken geen andere tools dan dit.

Onze gezinssituatie en de toekomst. Dat bij Jaap (consulent).
Het is zó veel. Te veel voor een mens om te dragen. Heer ontferm U. Maar nog dieper de roep: Maranatha. Kom spoedig Heer!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten