zaterdag 27 januari 2018

Vuurbaken

'Welke gedachten zijn voor mij een vuurbaken als ik dreig af te drijven in de storm?' Deze vraag riep mij toe vanuit het boek 'dansen in de regen' van Marianne Grandia. Lang hoefde ik er niet over na te denken.
Als ik dreig af te drijven is het weten dat Hij vanuit eigen doorleefdheid met mij kan meeleven én voelen veilig genoeg om tot Hem uit te schreeuwen hoe rood ik ben. Hij loopt voor me uit. Zijn Kruis op Zijn rug. Zijn vermoeide blik draait zich om. En kruist de mijne. Tranen vloeien over Zijn wangen. En de mijne. Hij voelt, wat ik voel. Hij heeft die weg al gelopen. Voor mij. Hij kent alle gevoelens waar ik in wanhoop doorheen ga. 

Ik zie dit gewoon visueel voor me. Omdat ik dit beeld ook in dromen gezien heb. Dus als ik dreig af te drijven, roept mijn geest dit beeld op als vuurbaken. 

 

Het is als de tekst onderaan uit Hebreeën 4: 
"15Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde16Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden." 

In wat voor put ik ook ben gekukeld, of gevallen in de kuil die ik zelf gegraven heb (voor een ander soms), ik mag zonder schroom tot Hem naderen, omdat Hij zonder schroom tot mij naderde. Telkens opnieuw staat Hij klaar met Zijn barmhartigheid en genade. Daar waar ik zo bang ben voor straf en mezelf al aan het kruis timmer. 
Of zoals in Psalm 56: Hij weet precies wat ik heb meegemaakt. Hij kent mijn verdriet. Het staat allemaal in Zijn boek. Ik vertrouw op Hem, want Hij heeft beloofd me te helpen. 

Ik zie mezelf zitten als in die kring met mensen. Een kampvuur in het midden. En Hij heeft Zijn armen om mij heen geslagen. Verbinding met mij en mijn verdriet. En die verbinding geef ik door aan degene naast me. En die weer aan degene naast die. En zo het kringetje rond. 
Ik zie mezelf zitten rond dat kampvuur. Als meisje van 14. Op een kamp. Net zo buitengesloten als op school. Tandpasta in mijn ogen gekregen. Maar toch genietend van het uit de gevangenis van school zijn en helemaal opgaand in de liederen die gezongen worden. Een glimp van Gods Nieuwe wereld ziend, in die nood. Hij letterlijk met Zijn armen om me heen. Nu. 'Ik zag het. Ik was erbij', zegt Hij nu. En dat was Hij. Dat voel ik in mijn ziel. 
Mijn Hogepriester, die al mijn zwakheden kent. Mijn Vuurbaken. 

1 opmerking: