zondag 25 maart 2018

Mijn fixatie van eind jaren '80 tot begin jaren '90

Ik heb - door mijn autisme - een kwetsbaarheid. Alleen wist ik vroeger nog niet dat het autisme gerelateerd was.
Mijn kwetsbaarheid is vooral dat ik blijf 'hangen' aan mensen die op de één of andere manier veiligheid geven in tijden die voor mijn autistische ziel érg spannend zijn. Onbewust zoek ik dan mensen die me groen maken. Waar ik me aan vast kan grijpen omdat sommige levensgebeurtenissen voor een autistische ziel té ingrijpend zijn. Té onoverzichtelijk. Té onveilig.

Dat kan goed gaan.
Dat kan fout gaan.
Zeker toen ik nog jonger was, sprongen mensen (veelal mannelijke leraren) als een vader bovenop me.
En school was per definitie een hele onveilige omgeving.
Op de MAVO had ik een godsdienstleraar, met een grijze baard en een groot kruis om zijn nek.
Als hij boos was, smeet hij dat kruis door het klaslokaal.
Maar daar buiten om sprong hij als een vader bovenop mij. Niet letterlijk gelukkig. Maar er zijn wel heel wat kleffe kusjes op mijn wang gekomen. Nee, zelfs op mijn mond. Getsie...
Hij bood ons een lift aan met zijn gele Lada, als we op zaterdag stonden te wachten bij de bushalte. Zulke dingen.

Op de HAVO sprong een leraar bovenop me, waarvan ik later een brief kreeg met de inhoud 'ik geloof dat ik ergens van je houd' (waar dit over ging, kun je lezen als je dat aanklikt).

En eenmaal op het HBO sprong een leraar bovenop me, die mij op een hele 'bijzondere' manier wat zelfvertrouwen wilde bijbrengen: http://kwetsbaarheid.blogspot.nl/p/de-spiegel-van-1987-1990_4532.html.

Dat resulteerde ook nog in dusdanige paniek / rood worden (weet ik nu), dat ik zelfs een passer door het klaslokaal smeet en ik in aanraking kwam met de politie: http://kwetsbaarheid.blogspot.nl/2016/07/politie_29.html.

De dag daarna, ben ik ook nog bij de huisarts geweest.
Een toen nog jonge huisarts in een leuke jonge praktijk.
Die praktijk bestaat nog steeds, maar deze twee huisartsen werken er allang niet meer.
De ene ging les geven op de huisartsenopleiding in Maastricht.
De andere is in de jaren '90 overleden.

Maar die huisarts (Paul Ram) luisterde écht.
Hij liet me in mijn waarde.
Oordeelde niet.
Veroordeelde niet.

In al die mega-verschrikkelijke dingen die ik met mijn auti-ziel helemaal niet dragen kon, was hij een rustpunt.

Maar wat gebeurd er als iemand een rustpunt wordt?
Dat wordt het een fixatie.
Nog zo'n klote-kwetsbaarheid.

Ik zit te huilen, nu ik dit schrijf en gebruik vanuit die emotie het woord klote.
Niet klote om die herinnering met Paul Ram.
Maar klote om dat iemand anders ook een fixatie is geworden, en dat voor alle partijen minder leuk was....
Daar gaat deze blog niet over - hoewel die emotie wel mee doet.

Deze blog gaat over Paul Ram en Aloys Sweegers (die ander huisarts) die een fixatie werden.
En fixaties kunnen geen kwaad.
Ik doe er niemand kwaad mee.
Het is enkel omdat de ander goed is.

En dat wisten zij.
Dus ze vonden het prima.
En het hielp mij in die periode.

Waarom moest ik ineens aan deze fixatie denken?

Omdat ik gisteren in een Baantjer uit 1985 aan het lezen was.
Ik bestudeerde de voorkant.
En wat zag ik?
Een typerende auto voor die tijd:

Image may contain: outdoor

Het was een Peugiot 205.

Het was me in die periode opgevallen dat Paul Ram een rode Peugiot 205 had.
Op een gegeven moment zag ik die - met het bewuste kenteken - elke avond voor hetzelfde huis in een straat staan. Toen wist ik waar hij woonde.
En las ik om 18.09 met de trein uit Tilburg arriveerde stond hij met die rode Peugiot ook op het station om zijn vriendin op te halen.

En als ik het moeilijk had, hoefde ik maar te bellen naar de praktijk, of ik kon bij Paul of Aloys terecht.

Ik kan me nog herinneren...
Ik was de laatste die bij mijn moeder thuis woonde...
Mijn moeder ging eigenlijk nooit nachten van huis af.
Ik was al ruim over de 20.
En nog deed ze het niet.
Daarbij speelden verschillende factoren een rol:
Extreme overbezorgdheid bij mijn moeder. Mede doordat het met mijn oudste zus zo knetter-mis ging, dat zij op haar 16e van huis wegliep (ook heel veel dingen die in het hoofd van zus gegroeid zijn...).
Mijn moeder had een soort van angst dat ik hetzelfde zou gaan doen.
Maar ook:
Ik vertelde haar niets... Maar ze voelde veel aan of wist dingen (half) van horen zeggen.
Misschien was ze bang dat ik mezelf iets zou aandoen?
Maar ook:
Ik was emotioneel natuurlijk nog veel kindelijker dan ik met mijn ratio was (nog).
Dus ze meende ook dat ik alleen zijn écht niet kon.

Maar in oktober 1992 had ze écht iets waar ze twee nachten heen moest.
De eerste nacht (de nacht van vrijdag 2 op zaterdag 3 oktober) had ze geregeld dat ik bij vrienden van de kerk zou slapen.
De tweede nacht (de nacht van zaterdag 3 oktober op zondag 4 oktober) had ze geregeld dat ik bij mijn zus in Nijmegen zou slapen.

Na die eerste nacht gingen die vrienden op zaterdagochtend al heel vroeg weg. Ze lieten mij alleen in hun huis achter en ik moest maar de deur achter me dicht trekken als ik ook ging.
Daar zat ik ... alleen...
Een overweldigend gevoel...
Want ik mocht dus nooit alleen zijn... (ik was al bijna 25 ... dat werd ik op 13 oktober... onvoorstelbaar nu achteraf!!!J).
Ik had een gevoel van vrijheid, maar ook alsof ik een misdaad aan het plegen was...
Een uurtje later liep ik dat huis uit, naar ons eigen huis, om kleren te gaan halen voor de volgende nacht bij mijn zus.
Ik stapte ons huis in...
Ons eigen huis...
Alleen...
Een oppermachtig gevoel van vrijheid!!!
Maar wederom het gevoel dat ik iets deed wat niet mocht...
Alleen zijn...

Ik pakte op tijd mijn fietsje uit de schuur om naar het station te gaan, om naar Nijmegen te reizen. Naar mijn lieve zus, waar ik me zo mijzelf kon voelen.
Maar onderweg naar het station werden alle overweldigende emoties me teveel. Véél te veel.
Positieve emoties (ik ben alleen geweest!!! Ik kon het!!!) en negatieve emoties schreeuwden om aandacht. Iets dat me knetterrood maakte (wat ik toen nog niet wist). Wat nu? Zó kon ik inderdaad niet veilig reizen. Zou ik inderdaad gekke dingen doen.
Ik stapte op het station de telefooncel in, en ik draaide intuïtief het privénummer van onze huisarts. Paul Ram! Hij begreep het. Hij luisterde - zonder oordeel - én heeft me groen gepraat! En ik kon in alle rust naar Nijmegen en genieten van de nacht bij en met mijn zus. We gingen naar de Nijmeegse kermis. En we hadden lol als twee losgeslagen pubers :).

Op zondagavond reisde ik terug naar Oss. Het zou nog een paar uur duren voordat mama weer thuis zou komen. Maar dat vond ik niet erg. Ik genoot nu van die uurtjes alleen. Nou ja... Genieten...
De beelden van de bijlmerramp (het was ondertussen zondagavond 4 oktober 1992) spatten van het tv-scherm af.

In december 1992 studeerde ik af.
Toen brak een periode van werkeloosheid aan.
Wederom een spannende periode.
Een periode van veel onderzoeken bij de toenmalige Riagg.
Van autisme hadden ze nog geen kaas gegeten.
Toenmalige diagnose: Borderline.
Ik wist niet wat ik er mee aan moest.
Werd weer rood.
Die andere huisarts - Aloys Sweegers - had toen ondertussen al darmkanker, dus was nauwelijks nog in de praktijk te zien. Maar aan zijn huis was ik welkom. Hij legde me geduldig uit wat Borderline inhield. Hij had een eigenaardige poes die Rojo-heette, (Spaans voor rood) en hij noemde zijn kater altijd gekscherend een borderline kater. Omdat het een maf beestje was. Maar een heerlijk beest om mee te kroelen. Ik hield van die poes!
Hij legde ook geduldig uit dat zijn darmkanker uitgezaaid was naar de lever. En als kanker in de lever zit dat voor 100% de dood betekend.
In september 1993 leerde ik Ton kennen.
Paul Ram nam ondertussen afscheid en het contact met Aloys werd door zijn ziekte ook wat minder.
Ik zwaaide altijd naar hem, als ik langs zijn huis kwam.
En hij zwaaide vriendelijk terug.
En de kat keek me vriendelijk aan vanachter het raam.

In november 1994 - ik had net 2 maanden werk, dus nam vrij voor de begrafenis - overleed Aloys.

Deze twee huisartsen zijn wel uit mijn leven.
Maar nooit uit mijn gedachten.
Omdat ze op de juiste manier er op rode momenten waren.
Fixatie of niet.
Zij zaten er niet mee.
En ik ook niet.
Het hoort bij mij.
En niemand had de angst dat ik mogelijkerwijs kwade bedoelingen zou hebben.
Dus het woord afschermen of begrenzen kwam niet in hun hoofd op.
Want dat was simpelweg ook niet nodig.

Twee boeken die van Paul Ram zijn uitgekomen n.a.v een 'open schooltijd'- en 'teleac/NCRV'-cursus waaraan hij meegewerkt heeft eind jaren '80.

Oh ja.
En vóór dat Paul Ram in 1993 naar Maastricht vertrok, heeft hij me nog afgeholpen van een verslaving aan slaapmedicatie. Sindsdien waak ik ervoor om nog ooit verslaafd te raken aan die troep. Want verslaafd raken is één. Er vanaf komen is twee.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten