donderdag 15 maart 2018

Psalm 120 langs mijn eigen gedachtewereld.




Ik herken mij zó in deze psalm 120... 

Vers 1: Ik roep naar de Heer, want ik weet gewoon dat hij antwoord geeft - al is het vaak niet het antwoord dat ik wens... 

Vers 2: De vijanden, bedriegers en leugenaars is iets wat vaak in mijzelf zit. 
Ik ga met mijn koppie heel veel met gedachten op de loop. Eigen verbanden leggen. Gedachtekronkels in mijn eigen gedachtewereld. Ik ga conclusies trekken die niet kloppen, maar zonder uitleg van de realiteit wel vaak reëel voor me zijn. 
Mensen worden voor mij vijnanden. Ik denk dan ook echt dat ze dat zijn... 
Dat mensen slechte mensen zijn... Terwijl ik hen net begrijp en zij mij niet... 
En ja... er zijn ook mensen geweest in mijn leven die misbruik van me maakte. Die op een manier met me omgingen wat niet hoorde. Die me pestten, straften uit onbegrip, me fysiek pijn deden, me probeerde te helpen op een manier die niet helpend was. 
Maar daarnaast worden mensen voor mij ook vijanden doordat ik zoveel interpreteer. Eigen verbanden en conclusies trek. Mensen worden vermeende vijanden. Maar even reëel. 

En dan kom je bij vers 3 en 4. 
Ook ik vraag aan God om straf van die vijanden. Ik voel zoveel pijn dat ik wens dat die vijanden (of ze nu in mijn hoofd ontstaan zijn of echte vijanden zijn) dat ik wens dat hen hetzelfde overkomt. Ze verdienen toch straf! Laat ze maar tegen dat viaduct aan rijden! 
Vervolgens zit ik net als Jona te wachten op die verwoesting van die ander (de stad Ninivé). Maar die verwoesting komt niet. Want of mensen nu echt vijanden zijn of dat in mijn hoofd zo geworden zijn... God is met hen ook genadig!!! En dat voelt voor mij onrechtvaardig. Genade is onrechtvaardig. Maar waarom zou God alleen met mij genadig zijn? Met mij die vanuit een hoofd vol met innerlijke vijanden ook grenzeloze dingen doet. Hij stuurt voor mij een walvis op mijn pad om me weer op het juiste pad te brengen. En dan zit ik te mokken dat die ander niet vergaat.... Hoe krom... 
Maar ook hoe begrijpelijk. 
En ook weer onbegrijpelijk. 
Want diep in mijn hart GUN ik die ander wel die genade. 

Vers 5. 
Mijn auti-koppie maakt me - door die eigen wereld waarin ik zoveel interpretaties verwerk die vaak een eigen leven gaan leiden - ongelukkig. Het voelt of ik constant ver van huis ben... 
Onbegrepen. 
Een vreemdeling in een wereld die voor mij zo vijandig voelt (per definitie al). 

Want mijn volk is dubbel schuldig: ze hebben mij verlaten, mij, de bron met stromend water, en ze zijn regenbakken gaan uithouwen! Het zijn bakken vol barsten, waar elk water uit wegstroomt.

Dat gevoel ver van huis te zijn probeer ik te compenseren door aandacht bij mensen te zoeken. Maar dat bevredigd niet. Dat lekt weg. Het is als een regenbak vol met barsten. Het zal nooit verzadigen. Ik raak er alleen verslaafd aan. Als je autistisch bent, ben je heel erg verslavingsgevoelig. Het voelt heerlijk. Voor tijdelijk lijk ik thuis. Maar in werkelijkheid geraak ik dan nog verder van huis.

Ver van huis.... Verlangend naar vrede met die (vermeende) vijanden (vers 6 en 7). Verlangend naar vrede ten diepste in mijn hoofd met vijnanden/gebrokenheid dat een aanlegfout in mijn hoofd is. 
En omdat anderen niet begrijpen dat er een onvrede is (want ze snappen niet dat ze tot vijand gebombardeerd zijn in mijn hoofd), zien zij niet de noodzaak om mee te werken aan het tot stand komen van die vrede. Volslagen nutteloos voor hen. Voor mij geeft dat het gevoel dat ze alleen maar strijd willen. Waarom snappen ze mijn hang naar vrede niet? 

Een mooie psalm. Vooral als je hem naast mijn leven legt. 
Want ik kan de diepe kreten van de psalmist helemaal invoelen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten