zaterdag 26 mei 2018

Jammer en geprojecteerde angst



Deze blog gaat eigenlijk over twee onderwerpen. 
Ten eerste over het woord jammer. 
Ik word altijd onrustig als mensen het woord jammer gebruiken. 
Meestal is het een constatering. Jammer dat dit of dat zo is. Maar op de één of andere manier klinkt jamme voor mij als een oordeel. Jammer dat je dit NIET meer/ nog NIET kunt/doet. 
Dat hoor ik er dan in. Ik voel mezelf falen. Heb het gevoel dat de ander wil dat ik of het veranderd. 

Terwijl een ander het meestal zonder oordeel en neutraal bedoeld, komt denk ik omdat mijn hoofd razendsnelle denksprongen maakt en ik gelijk 20 stappen verder ben. In mijn beleving heeft de ander na het uitspreken van het woord jammer bovenstaande zinnen al uitgesproken. Dus na het woord jammer voel ik me onmiddellijk tekortschieten en schiet ik in de afweerstand. Terwijl een ander misschien oprecht wilde zeggen dat die iets jammer vind, ZONDER oordeel... 
Ik wou dat ik het zó kon horen... Nu heb ik enkel een natuurlijke allergie tegen hè woord jammer. Word er altijd verdrietig van. 

En dan die geprojecteerde angst. Ik herken mijn autistische angsten heel erg bij mijn moeder. Zij had veel dezelfde onzekerheden/angsten als ik heb, alleen zij vaak nog een graadje erger. Ongetwijfeld hebben door haar angsten mijn angsten verder kunnen ontwikkelen. Werden ze gevoed in plaats van afgeremd. 

Hoe haar angsten onmiddellijk invloed heeft op mij en ik uitvergroot mijn problematiek bij haar herken, bleek afgelopen donderdag. 
Mijn zus komt bijna elke vrijdag bij mijn moeder. Nu kreeg ik van mijn moeder op donderdagochtend een telefoontje. Het was al 11.00 en mijn zus was er nog niet. Ik: ‘mam, het is vandaag donderdag. Ze komt morgen’. Zij: ‘ik had ze gisteravond aan de lijn, vorige kwam ze niet omdat ze ziek was, in plaats daarvan zou ze vandaag komen’. Tja... dan begin ik zelf ook te twijfelen. Ik heb beloofd haar mobiel te bellen. Dat doe ik op beide nummers. Op beide nummers geen gehoor. Ook op appjes niet. Half uur later... mijn moeder heeft alweer twee keer naar me gebeld. Ik weer twee keer gezegd dat ze wellicht toch vrijdag bedoeld had. Mijn moeder meent zeker te weren dat mijn zus het anders gezegd had en hè hoort per telefoontje de paniek in haar stem toenemen. Ondertussen neemt bij mij ook de onrust toe, omdat zus niet reageert. Ik besluit contact te zoeken met oudste van mijn zus (22 jaar). Vragen wat hij van de situatie weet. Ik jaag de jongen de stuipen op het lijf, want hij weet niet beter dan dat zijn moeder naar het werk is. Dat weer naar mijn moeder teruggekoppeld. Belt ze kwartier later weer ‘ik ben er toch niet gerust op’. Uiteindelijk had ik om 13.00 contact met mijn zus. Mijn moeder zat er inderdaad naast. Maar door haar toenemende paniek en omdat haar verhaal hád kunnen kloppen, werd ik toch ook steeds onrustiger... Onwillekeurig ging ik terug naar de laatste keer dat ik zus zag en vroeg me vertwijfeld af of dat écht de laatste keer was geweest... Stel nou dat er echt iets was... In gedachten ben hè haar al aan het begraven. Terwijl ik notabene begon met mijn moeder gerust te stellen!!! 
Zo werkt dus geprojecteerde angst. En dat is toch echt niet de eerste keer gedurende mijn leven... 



We zijn met zijn drieën een etmaal naar Zeeland geweest. Geslapen in een B&B in Goes. Dat was vandaag leuk. Lekker naar het strand geweest en van elkaar genoten. Gisteravond was het minder. Ik was gedissociërd. Gelukkig al geruime tijd geleden. Maar gisteravond was het goed mis. Dat was jammer. En dat betekent geen goed of fout (zoals ik vaak denk en razendsnel invul...). Nee. Oordeels-vrij was het jammer. Vervelend en verdrietig dat de situatie was zoáls die was.

1 opmerking: